De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds een jaar in een pleeggezin verblijft. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, kampt met psychische problematiek en verslavingsgevoeligheid, waardoor zij nog niet in staat is om de zorg- en opvoedtaken adequaat op zich te nemen.
De kinderrechter heeft de stukken bestudeerd en de zitting met gesloten deuren gehouden waarbij de gecertificeerde instelling en de moeder aanwezig waren. De moeder heeft ingestemd met de verlenging en erkent dat een thuisplaatsing momenteel niet in het belang van de minderjarige is. Zij heeft een intensieve traumabehandeling succesvol afgerond en heeft een stabiele dagbesteding.
De kinderrechter constateert dat de minderjarige ernstige ontwikkelingsbedreiging vertoont en behoefte heeft aan een stabiele en veilige basis die het pleeggezin biedt. De moeder heeft positieve stappen gezet, maar de thuissituatie is nog te kwetsbaar. Er zal een vaste jeugdbeschermer worden aangesteld die een omgangsplan opstelt en voorwaarden voor thuisplaatsing stelt.
De kinderrechter besluit daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 13 februari 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.