Uitspraak
Gezag
Beschikking op het op 9 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Rechtbank Den Haag
De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. Dit verzoek is gebaseerd op gewijzigde omstandigheden, namelijk de voorgenomen emigratie van de moeder en het kind naar het buitenland. De vader voert geen verweer en stemt in met het verzoek.
De rechtbank constateert dat de ouders gezamenlijk hebben besproken en instemmen met de emigratie en dat zij van mening zijn dat dit in het belang van het kind is. Tevens is gebleken dat de moeder eenhoofdig gezag nodig heeft vanwege wettelijke vereisten in het emigratieland en praktische uitvoerbaarheid van afspraken. De ouders hebben ook afspraken gemaakt over de betrokkenheid van de vader bij het kind na emigratie.
Gezien de constructieve communicatie tussen de ouders en het belang van het kind acht de rechtbank het noodzakelijk het gezamenlijk gezag te beëindigen en de moeder het eenhoofdig gezag toe te kennen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 6 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en kent de moeder eenhoofdig gezag toe over het minderjarige kind vanwege voorgenomen emigratie.