De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot opheffing van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds mei 2024 onder toezicht stond vanwege ernstige zorgen over zijn ontwikkeling en gedragsproblemen.
De minderjarige vertoonde fors zelfbepalend gedrag, volgde geen school, gebruikte middelen en kwam geregeld met politie in aanraking. Ondanks meerdere hulpverleningspogingen, waaronder een werkleertraject en jeugdreclassering, bleef de motivatie van de minderjarige om mee te werken uit, waardoor geen significante vooruitgang werd geboekt.
De kinderrechter constateert dat de ondertoezichtstelling geen meerwaarde meer heeft en dat verdere inzet binnen dit traject geen verbetering zal brengen, mede gezien de beperkte resterende tijd tot de meerderjarigheid van de minderjarige. De beschikking tot opheffing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.
De verdere begeleiding wordt overgelaten aan de jeugdreclassering, een coach vanuit Akwaabazorg en het netwerk van de minderjarige. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.