ECLI:NL:RBDHA:2026:4653
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens ziekte van Huntington
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf van cliënt, geboren in 1968, die lijdt aan de ziekte van Huntington. De advocaat van cliënt betwistte of deze ziekte gelijkgesteld kan worden aan een psychogeriatrische aandoening zoals bedoeld in het Besluit zorg en dwang. De rechtbank hield een mondelinge behandeling waarbij cliënt niet aanwezig wilde zijn.
De specialist ouderengeneeskunde stelde dat ondanks het ontbreken van een genetische test, de symptomen en familiegeschiedenis duidelijk wijzen op de ziekte van Huntington. Cliënt vertoont gedragsproblemen, cognitieve beperkingen, valgevaar, zorgvermijding en ernstige vermagering. De thuissituatie was kwetsbaar en leidde tot verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelde dat de ziekte van Huntington bij cliënt zich uit als een neurocognitieve stoornis met significante beperkingen, gelijk aan een psychogeriatrische aandoening. Er is sprake van ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Opname en verblijf in een zorgaccommodatie zijn noodzakelijk en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven.
Cliënt verzet zich tegen opname, maar dit verzet kan niet verhinderen dat de machtiging wordt verleend. De rechtbank verleent de machtiging voor zes maanden, geldig tot 5 augustus 2026. De aanvraag is rechtsgeldig ingediend door een zorgadviseur namens de zorgaanbieder.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door de ziekte van Huntington.