Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
een voorlopige ondertoezichtstelling (C/09/698413 / JE RK 26-131) en
een machtiging tot uithuisplaatsing (C/09/698587 / JE RK 26-147)
1.Het verdere verloop van de procedure
- de beschikking van 27 januari 2026 en de daarin genoemde stukken;
- de beschikking van 30 januari 2026 en de daarin genoemde stukken;
- het verweer van de moeder, ontvangen op 4 februari 2026;
- het bericht van de vader, via de weg van zijn advocaat: mr. A.F. Mandos, uit Den Haag, ontvangen op 5 februari 2026.
gecombineerde behandelingplaatsgevonden van zowel het aangehouden verzoek met betrekking tot de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (zaak I: C/09/698413 / JE RK 26-131) als het aangehouden verzoek tot de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (zaak II: C/09/698587 / JE RK 26-147). Bij de behandeling op de zitting waren aanwezig:
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De standpunten en de informatie van de informant
5.De beoordeling
ofin een gezinsgerichte voorziening. De kinderrechter stelt vast dat bij beschikking van 30 januari 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg is verleend van 30 januari 2026 tot 6 februari 2026. Het verzoek is voor het overige deel aangehouden. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat verzocht wordt om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg en gebleken is dat de kinderen in een pleeggezin verblijven. De kinderrechter begrijpt het aangehouden deel van het verzoek dan ook zo dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg wordt verzocht.
6.De beslissing
12 maart 2026 om 16:00 uur bij mr. O.F. Bouwman;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.