ECLI:NL:RBDHA:2026:464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en vordering identiteitsdocument vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 30 december 2025.
Eiser voerde aan dat het voortraject onrechtmatig was omdat de burgeraanhouding onrechtmatig zou zijn geweest en dat daarom ook het vorderen van zijn identiteitsdocument onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde echter dat er sprake was van een strafrechtelijke aanleiding: eiser was aangehouden nadat hij weigerde zijn identiteitsbewijs te tonen en wegrende, wat een overtreding van artikel 447e Sr opleverde.
Daarnaast stelde eiser dat de minister een lichter middel, zoals een meldplicht, had moeten opleggen. De rechtbank vond dit niet aannemelijk omdat er sprake was van een onttrekkingsrisico en eiser sinds juli 2025 geen concrete stappen had gezet om zijn terugkeer te regelen. Ook was niet aannemelijk dat eiser spoedig verblijfsrecht in Portugal zou verkrijgen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen wegens rechtmatigheid van de maatregel en strafrechtelijke aanleiding voor vordering identiteitsbewijs.