Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:4619

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
C/09/693058 / FA RK 25-7787
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Moeder krijgt eenhoofdig gezag over minderjarig kind na beëindiging gezamenlijk gezag

De ouders hadden gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, maar zijn sinds januari 2025 definitief uit elkaar. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar alleen het gezag toe te kennen. De vader verzet zich hiertegen en verzoekt om omgangsregeling.

De rechtbank constateert dat er sprake is geweest van huiselijk geweld en intimidatie door de vader, wat ook na het beëindigen van de relatie voortduurde. De vader vertoont zorgelijk gedrag, waaronder vermoedelijk drugsgebruik en een incident waarbij hij zichzelf met schoonmaakmiddelen verwondde. De moeder maakt zich ernstige zorgen over het psychisch welzijn van de vader.

Gezien de onmogelijkheid tot overleg tussen ouders en de veiligheid en het welzijn van het kind, kent de rechtbank de moeder het eenhoofdig gezag toe. De beslissing over omgang wordt aangehouden in afwachting van een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de emotionele beschikbaarheid en veiligheid van contact met de vader.

De Raad wordt verzocht een rapport uit te brengen, waarna de zaak wordt voortgezet. De omgangsbeslissing blijft voorlopig in beraad. De rechtbank acht het belang van het kind en haar emotionele veiligheid leidend in deze beslissing.

Uitkomst: De moeder krijgt eenhoofdig gezag over het minderjarige kind; beslissing over omgang wordt aangehouden voor raadsonderzoek.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7787
Zaaknummer: C/09/693058
Datum beschikking: 5 februari 2026

Gezag

Beschikking op het op 14 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.S. Odink te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Arslaner te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de moeder van 7 november 2025, met bijlage;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek, ingekomen op 7 januari 2026;
- het F9-formulier van de moeder van 23 januari 2026, met bijlage;
- het F9-formulier
Op 29 januari 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, met haar advocaat;
- de vader, met zijn advocaat;
- [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- Partijen hebben een relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] .
- De moeder is ook de ouder van:
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 1] ; en
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2013 te [geboorteplaats 2] .
- De vader is ook de ouder van:
- [de minderjarige 4] (
), geboren op [geboortedatum 4] 2018 te [geboorteplaats 2] .
- [de minderjarige 1] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders zijn gezamenlijk met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] belast. Dit blijkt uit een aantekening in het gezagsregister van 2 november 2022.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] te beëindigen en haar alleen met het gezag te belasten.
De vader voert verweer en verzoekt zelfstandig te bepalen:
dat [de minderjarige 1] bij de man zal zijn elk weekend van vrijdagavond van 18:00 uur tot zondagavond 18:00 uur;
dat alle vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld waarbij [de minderjarige 1] de helft van de vakanties en feestdagen bij de man zal zijn.
De moeder voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de vader. Zij verzoekt op haar beurt zelfstandig:
primair:de verzoeken van de vader af te wijzen c.q. het recht op contact tussen de vader en [de minderjarige 1] te ontzeggen;
subsidiair:het recht op omgang op te schorten in afwachting van een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming naar de vraag of en zo ja welke omgangs-/zorgregeling in het belang van [de minderjarige 1] is;
meer subsidiair:te bepalen dat er begeleide omgang tussen [de minderjarige 1] en de vader plaatsvindt.

Beoordeling

Algemeen
De ouders hebben tot ongeveer januari 2024 een relatie gehad. Van januari 2024 tot april 2024 gold een contactverbod voor de vader en wat het Crisis Interventie Team (“CIT”) betrokken. Het CIT constateerde dat sprake was van huiselijk geweld en mogelijk intieme terreur vanuit de vader. Het gezin is in die periode begeleid door een gezinscoach. Na het contactverbod is de vader weer ingetrokken in de gezinswoning. Sinds januari 2025 zijn de ouders definitief uit elkaar. De vader en [de minderjarige 1] hebben elkaar in februari 2025 voor het laatst gezien onder begeleiding van het CIT.
De moeder woont nu met [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 1] in Den Haag. [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] gaan om het weekend naar hun vader.
De vader woont in Delft. Twee dagen voor de zitting is hij ontslagen van zijn werk in de zorg met dementen. De vader krijgt praktische hulp van een medewerker van Middin ( [naam 2] ). De vader heeft geen contact met [de minderjarige 4] .
Gezag
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk wetboek kan de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigen als sinds de aantekening in het gezagsregister van 2 november 2022 de omstandigheden zijn gewijzigd of als bij het nemen van die beslissing van onjuiste gegevens is uitgegaan. De rechtbank kan bepalen dat het gezag aan één van de ouders toekomst als:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of;
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kinderen noodzakelijk is.
De rechtbank zal beslissen dat de moeder voortaan alleen het gezag over [de minderjarige 1] heeft. Sinds de ouders definitief uit elkaar zijn kunnen zij niet meer met elkaar overleggen en gezagsbeslissingen nemen. Deels komt dat door het geweld en de intimidatie dat zich in het verleden tussen de ouders heeft afgespeeld. Daarnaast maakt de moeder zich ernstige zorgen over het psychische welzijn van de vader.
Dat de relatie van de ouders gewelddadig was, blijkt voldoende uit het verslag van het CIT. De moeder heeft daarbij een reeks aan incidenten genoemd waarbij de vader haar op een intimiderende manier heeft benaderd. Dit speelde ook nog na het beëindigen van de relatie. De politie heeft de man meerdere malen weggestuurd bij de woning en kapperszaak van de moeder.
De moeder noemt bovendien verschillende voorbeelden van zorgelijk gedrag, waaronder drugsgebruik. Het meest opvallend is een incident van januari 2025, waarbij de vader is opgenomen in het ziekenhuis. Hij had zijn gezicht gewassen met een giftig mengsel van schoonmaakmiddelen. Op de zitting vertelde de vader dat hij van de moeder een tatoeage in zijn gezicht moest verwijderen, en dat hij dit met de schoonmaakmiddelen en een schuurspons heeft geprobeerd. De rechtbank kan achteraf niet vaststellen wat de aanleiding is geweest, maar deelt de zorgen van de moeder. De man krijgt ook hulp van Middin. Deze organisatie biedt hulp aan mensen met een beperking.
De rechtbank verwacht niet dat deze situatie zal verbeteren. Dat komt doordat de relatie tussen de ouders door het geweld en de intimidatie uit het verleden te zwaar belast is. Alles afwegende vindt de rechtbank het in het belang van [de minderjarige 1] noodzakelijk dat de moeder voortaan alleen het gezag heeft.
Contact
In algemene zin is het voor [de minderjarige 1] belangrijk dat zij met allebei haar ouders contact kan hebben. Daarvoor is wel nodig dat het contact veilig kan plaatsvinden. Daarmee bedoelt de rechtbank niet alleen de fysieke veiligheid. Voor [de minderjarige 1] haar emotionele veiligheid moet de vader stabiel emotioneel beschikbaar zijn. Door de zorgen over het psychische welzijn van de vader en zijn vermeende drugsgebruik wil de rechtbank meer informatie over zijn psychische welzijn en zijn emotionele beschikbaarheid voor [de minderjarige 1] . Daarom zal de rechtbank de Raad voor de Kinderbescherming vragen om een onderzoek te doen.
De rechtbank verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om antwoord te geven op de volgende vragen:
Is contact met de vader in het belang van [de minderjarige 1] ?
Zo ja, op welke manier kan het contact veilig plaatsvinden en wat is daarvoor nodig?
Op de zitting heeft de vader toestemming gegeven aan de Raad voor de Kinderbescherming om zijn huisarts en begeleidster van Middin als informant in het onderzoek te horen. Ook heeft de vader toegezegd dat hij zijn huisarts zal vragen om een persoonlijkheidsonderzoek, dat hij daar volledig aan zal meewerken en dat hij de resultaten zal delen met de Raad voor de Kinderbescherming.
In afwachting van de resultaten van het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming zal de rechtbank de beslissing over het contact tussen [de minderjarige 1] en de vader aanhouden.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 5] 1980 te [geboorteplaats 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
*
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
*
houdt de behandeling aan tot
1 augustus pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
*
bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het rapport en advies, zal worden voortgezet op een nader te bepalen wijze;
*
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van de omgang tussen de vader en [de minderjarige 1]aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door I.M. Smeets als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2026.