Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:4600

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
7 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698036 / FA RK 26-546
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wet zorg en dwangArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens vergevorderd dementieel syndroom

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging te verlenen voor opname en verblijf van een cliënt met een vergevorderd dementieel syndroom. De cliënt, geboren in 1933, woont zelfstandig maar is niet meer in staat tot adequate zelfzorg en vertoont ernstig nadeel door haar aandoening.

Tijdens de zitting bracht de cliënt naar voren dat zij graag in haar eigen woning wil blijven en niet afhankelijk wil zijn. De advocaat van de cliënt bepleitte afwijzing van het verzoek. De casemanager en de zoon van de cliënt gaven aan dat de cliënt intensieve zorg nodig heeft, continu toezicht vereist en dat de mantelzorger ernstig overbelast is.

De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf in een accommodatie noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven mogelijk. De machtiging wordt daarom verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 4 augustus 2026.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens vergevorderd dementieel syndroom en ernstige zorgbehoefte.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/698036 / FA RK 26-546
Datum beschikking: 4 februari 2026

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1933 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 januari 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 18 oktober 2025;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 29 december 2025;
- een op 20 januari 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, J. Zhorova, die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door mr. D.Z. Peters, waarnemend voor haar advocaat;
- de casemanager, mevrouw [naam 1] ;
- de zoon van cliënt, de heer [naam 2] .

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat cliënt het fijn vindt om in haar eigen woning te wonen. Zij wil om die reden niet verhuizen naar een accommodatie. Daarnaast wil cliënt niet afhankelijk zijn en haar eigen beslissingen nemen. Cliënt is van mening dat zij nog in staat is om voor zichzelf te zorgen en herkent zich niet in de gegeven informatie uit de stukken.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek.
De casemanager heeft ter zitting aangegeven dat cliënt hele dagen op bed ligt. Zij behoeft hulp bij alle dagelijkse handelingen. Gebleken is dat cliënt tijdens een eerdere revalidatie heel erg opknapte van de structuur en nabijheid die geboden werd tijdens de revalidatie. De zoon is momenteel overbelast en kan de ongeplande zorg niet meer bieden. Daarnaast kan de onplanbare zorg niet in de thuissituatie worden geboden.
De zoon van cliënt heeft ter zitting naar voren gebracht dat cliënt niet meer in staat is om naar beneden te gaan met de trap. De laatste keer dat zij buiten is geweest zal anderhalf jaar geleden zijn geweest. Cliënt behoeft veel zorg en is niet meer in staat om zelfstandig voor zichzelf te zorgen. De zoon doet al lang de hele huishouding en de verzorging van cliënt.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een vergevorderd dementieel syndroom.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Cliënt is niet meer in staat tot adequate zelfzorg. Zij is incontinent voor urine en incidenteel ook voor ontlasting. Cliënt kan niet zelfstandig douchen, is niet meer in staat te koken en ondervindt problemen bij het gebruik van huishoudelijke apparaten. Daarnaast is zij valgevaarlijk. Cliënt toont geen initiatief meer en is niet meer in staat structuur aan te brengen in het dagelijks leven. Zij verblijft het grootste deel van de dag in bed. Haar zoon verricht de noodzakelijke zorgtaken, met ondersteuning van huishoudelijke hulp en thuiszorg. Cliënt heeft continu toezicht en begeleiding nodig. Meer thuiszorg is geen oplossing. Er is al maximaal ingezet en er is daarnaast veel onplanbare zorg nodig. De intensieve zorgbehoefte van cliënt heeft al geleid tot ernstige overbelasting van haar zoon. Door deze overbelasting bestaat een aanzienlijk risico op ernstige psychische schade bij hem.
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Cliënt wenst geen opname. Zij is van mening dat een opname niet noodzakelijk is, omdat er niets met haar de hand is.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren op [geboortedatum] 1933 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, rechter, bijgestaan door L. Ammerlaan-Arkenbout als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2026.