Eiser, een Oegandese DJ en geluidstechnicus, vroeg asiel aan in Nederland uit vrees voor vervolging vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij de LHBTI-gemeenschap in Oeganda. Hij stelde dat zijn vrouw en kind waren ontvoerd vanwege zijn activiteiten en dat de Anti-Homosexuality Act in werking was getreden.
De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielmotief. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde bewijsstukken en verklaringen onvoldoende samenhangend en aannemelijk waren om de betrokkenheid bij de LHBTI-gemeenschap te onderbouwen. Ook de ontvoering van familieleden werd niet aannemelijk geacht.
Hoewel de rechtbank erkende dat eiser mogelijk een politieke opinie heeft, vond zij dat de minister terecht had geconcludeerd dat er geen reëel risico op vervolging bestaat. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser.