ECLI:NL:RBDHA:2026:4551
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen en onvoldoende onderbouwing risico's
Eiser, met de Gambiaanse en Nigeriaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen omdat zijn identiteit en verklaringen over problemen met familie en criminele groepen niet geloofwaardig werden bevonden. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende documenten overlegde en geen oprechte inspanning leverde om zijn identiteit te staven.
Verweerder stelde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag, mede omdat hij terug kan keren naar Nigeria. De rechtbank vond dat de gestelde problemen in Nigeria niet aannemelijk waren gemaakt en dat de risico's van cult-geweld en mensenhandel onvoldoende waren onderbouwd.
Eiser voerde aan dat verweerder het unierechtelijke toetsingskader niet correct toepaste en onvoldoende rekening hield met de veiligheidssituatie in Nigeria, maar deze bezwaren werden verworpen. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.