Eiseres, een Marokkaanse vrouw die sinds 2019 in Nederland verblijft als verzorgende ouder van haar Nederlandse kinderen, vroeg een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen aan. Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste. Eiseres had het inburgeringsexamen niet volledig gehaald, maar had veertien pogingen gedaan en slechts één onderdeel niet behaald. Tijdens het beroep behaalde zij ook het laatste onderdeel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de aard en frequentie van de inspanningen van eiseres om het examen te halen. Verweerder had ook nagelaten eiseres te horen tijdens de bezwaarprocedure, wat een schending van de hoorplicht opleverde. De rechtbank stelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiseres niet in aanmerking kwam voor een vrijstelling van het inburgeringsvereiste op grond van bijzondere omstandigheden.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij een volledige heroverweging van het primaire besluit moet plaatsvinden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.