ECLI:NL:RBDHA:2026:4530

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
NL25.59348
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging

Eiseres heeft op 18 december 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag op 27 november 2025 afgewezen als ongegrond. Eiseres stelde dat haar man vanaf oktober 2023 telefonische doodsbedreigingen ontving van de regering, gericht op haar gezin, en vreesde voor haar leven en dat van haar gezin.

De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026 behandeld, waarbij ook de echtgenoot en zoon van eiseres aanwezig waren. De rechtbank overweegt dat het relaas van eiseres afhankelijk is van dat van haar man, die zelf geen geloofwaardige bedreigingen kon aantonen. Daarom is ook voor eiseres geen gegronde vrees voor vervolging vastgesteld.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier D.G. van den Berg en is openbaar gemaakt op 6 maart 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59348

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], V-nummer: [v-nummer], eiseres,

(gemachtigde: mr. D.W. Beemers),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw. [1] Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 18 december 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
2.1.
De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026, gezamenlijk met de zaken NL25.59347 en NL25.59349, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de echtgenoot van eiseres, hun zoon [naam 2], de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat haar man vanaf oktober 2023 telefonische doodsbedreigingen heeft ontvangen van de regering. Deze bedreigingen zagen op eiseres haar gezin. Eiseres vreest voor haar leven en dat van haar gezin.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst.
De minister stelt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn.
4.1.
Eiseres heeft ook verklaard dat haar echtgenoot telefonische doodsbedreigingen ontving van de regering die zagen op haar gezin. Eiseres heeft echter verklaard zelf nooit telefonische of fysieke bedreigingen te hebben gehad. Omdat de doodsbedreigingen toezien op eiseres man, wordt haar relaas beschouwd als zijnde afhankelijk van het relaas van haar man. De telefonische bedreigingen van de overheid worden dan ook beoordeeld in de aanvraag van eiseres haar echtgenoot.
Heeft eiseres gegronde vrees voor vervolging of loopt zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade?
5. De rechtbank overweegt dat zij bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.59347, heeft geoordeeld dat de minister de telefonische doodsbedreiging vanuit de regering niet geloofwaardig heeft kunnen achten. Omdat het relaas van eiseres afhankelijk is van dat van haar man, overweegt de rechtbank dat ook eiseres op grond van de gestelde gebeurtenissen, geen gegronde vrees voor vervolging heeft.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.