ECLI:NL:RBDHA:2026:4513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling geboren in 2004, was onderworpen aan een maatregel van bewaring opgelegd op 9 september 2025 door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De maatregel van bewaring werd op 18 februari 2026 opgeheven. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding toekennen gerechtvaardigd was. Uit eerdere uitspraken bleek dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode vanaf 23 januari 2026.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld en dat een belangenafweging eerder had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelde echter dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld, met regelmatige vertrekgesprekken en rappellen, en dat uit de gesprekken bleek dat eiser geen medewerking verleende aan zijn vertrek. De belangenafweging was daarom tijdig gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.