Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Turkse vrouw geboren in 1944, verzocht om een visum voor kort verblijf om haar kleinzoon in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig zou terugkeren naar Turkije. De sociale en economische binding met Turkije werd als gering beoordeeld.
Eiseres voerde aan dat zij eerder meerdere visums had gekregen en dat haar situatie niet was veranderd, maar de rechtbank oordeelde dat elke aanvraag op zijn eigen merites wordt beoordeeld. Eiseres had onvoldoende bewijs geleverd van haar binding met Turkije, zoals familie of economische verplichtingen die haar terugkeer zouden waarborgen.
De rechtbank wees ook het bezwaar tegen de afwijzing als kennelijk ongegrond af en oordeelde dat de minister niet verplicht was eiseres te horen. De aanvraag werd terecht geweigerd op grond van artikel 32 van Pro de Visumcode. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres werd vrijgesteld van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende binding met Turkije.