ECLI:NL:RBDHA:2026:4492
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van de verzoeker op 28 februari 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op 30 april 2024 reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep dat betrekking heeft op het bestreden besluit, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan op 4 maart 2026 en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.