Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 6 januari 2025 van de vrouw, met bijlage;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, met bijlagen, ingekomen op 19 maart 2025;
- het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken, met bijlagen, ingekomen op 10 juli 2025;
- het bericht van 8 december 2025 van de vrouw, met bijlagen;
- het bericht van 8 december 2025 van de man, met bijlagen.
- de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
- de man bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [dag] 2010 in [plaats] , in de wettelijke algehele gemeenschap van goederen.
- Partijen zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] .
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
- De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.
- Deze rechtbank heeft op 31 januari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover hier relevant, inhoudende dat:
- de kinderen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
- de kinderen voorlopig contact zullen hebben met de man onder begeleiding van de hulpverleners van [hulpverlener 1] , dan wel een gelijksoortige andere professionele instantie, waarbij de wijze van het contact, de frequentie van het contact en de duur van het contact door de betrokken hulpverleners zal worden bepaald en waarbij de man voorafgaand aan het contactmoment met een urinetest moet aantonen dat hij geen alcohol heeft genuttigd;
- de man, met ingang van 14 januari 2025, voorlopig een kinderalimentatie voor de kinderen van € 285,- per kind per maand zal betalen.
- de moeder veroordeeld om de in de beschikking van 31 januari 2025 vastgestelde voorlopige zorgregeling na te komen en uit te voeren, waarbij op dit moment een zorgregeling geldt van 1,5 uur begeleide omgang per twee weken alsmede twee keer per week videobelcontact, en voorts de adviezen van [hulpverlener 2] dient op te volgen ten aanzien van de wijze van het contact, de frequentie van het contact en de duur van het contact tussen de kinderen en de vader;
- de moeder veroordeeld om aan de vader een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere dag of ieder dagdeel dat zij haar medewerking aan nakoming van deze zorgregeling weigert, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt;
- aan de moeder vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, voor de voortzetting van de speltherapie van de kinderen bij [hulpverlener 3] , alsmede voor de hulpverleningstrajecten die op basis van deze therapie door de behandelaren geadviseerd worden, na voorafgaande schriftelijke mededeling van een dergelijk advies door JGH of [hulpverlener 3] aan de vader.
Verzoek en verweer
- de eerste weken na de datum van de beschikking: één zondagmiddag per twee weken van 13.00 uur tot 17.00uur;
- de volgende zes weken: één zondag per twee weken van 10.00 uur tot 17.00 uur;
- de volgende zes weken: een volledige zaterdag en zondag per twee weken van 10.00 uur tot 17.00 uur, zonder overnachting;
- de volgende zes weken: een volledige zaterdag en zondag per twee weken van 10.00 uur tot 17.00 uur, met overnachting;
- de volgende zes weken: om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school;
- de volgende zes weken: om de week van vrijdag uit school tot woensdag naar school;
- daarna: om de week van vrijdag uit school tot vrijdag naar school, waarbij geldt dat er op vrijdag om 8.30 uur gewisseld wordt ingeval van een vrijde dag, studiedag of als een kind ziek is;
- te bepalen dat de vrouw een dwangsom verbeurt van € 250,- voor iedere keer dat zij de zorgregeling niet nakoming;
- te bepalen dat de partij bij wie de kinderen verblijven verantwoordelijk is voor het ophalen van de kinderen bij de andere partij;
- voorjaars- en herfstvakantie: de reguliere zorgregeling loopt door, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op vrijdag 15.00 uur, aan het eind van de vakantieweek;
- mei- en kerstvakantie: de reguliere zorgregeling loopt door, waarbij de wisselmomenten plaatsvinden op vrijdag 15.00 uur aan het eind van weken 1 en 2;
- zomervakantie: de kinderen zijn eerste drie weken bij de partij waar zij op grond van de reguliere zorgregeling het eerste weekend verblijven en de laatste drie weken bij de andere partij, waarbij de wisselmomenten plaatsvinden op vrijdag 15.00 uur aan het eind van weken 3 en 6;
- te bepalen dat de partij bij wie de kinderen verblijven verantwoordelijk is voor het ophalen van de kinderen bij de andere partij;
€ 104,- per maand en dat de vrouw aan de man een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] moet betalen van € 131,- per maand;
- primair: te bepalen dat de man als enige van partijen gerechtigd is om de betaalde hypotheekrente als aftrekpost op te voeren in de aangifte Inkomstenbelasting vanaf
- subsidiair: te bepalen dat de vrouw de door de man misgelopen hypotheekrenteaftrek van € 168,50 per maand aan hem moet vergoeden met ingang van 1 januari 2025;
- primair: de man gerechtigd zal zijn om een verhuisbedrijf hiervoor in te schakelen op kosten van de vrouw;
- subsidiair: op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag dat de vrouw hier niet aan voldoet.
Beoordeling
“[…] Het advies van [hulpverlener 2] is uitbreiding van
- minimaal vier keer: om de week op zondag van 13.00 uur tot 17.00 uur;
- minimaal vier keer: om de week op zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur;
- minimaal vier keer: om de week op zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur en op zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur (zonder overnachting);
- daarna: om de week van zaterdagochtend 10.00 uur tot zondagavond 17.00 uur (met overnachting).
- salaris: € 5.864,55 per maand;
- IKB: € 967,65 per maand;
- premie ABP Pensioen/NP: € 405,22 per maand;
- premie ABP AP: € 7,53 per maand;
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
- salaris: € 6.110,94 per maand;
- IKB: € 1.008,30 per maand;
- premie ABP Pensioen/NP: € 411,72 per maand;
- premie ABP AP: € 7,77 per maand;
- de arbeidskorting;
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Beslissing
3 februari 2026.