ECLI:NL:RBDHA:2026:4374

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
NL25.48067
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod

Verzoekster heeft een herhaalde asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 29 september 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is aan verzoekster een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Het eerder opgelegde terugkeerbesluit blijft van kracht.

Verzoekster heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om de gevolgen van het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op zitting behandeld, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een tolk en haar gemachtigde, en de minister werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.

De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak op het beroep geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is en heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.48067

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser 1] , verzoekster,

V-nummer
:[v-nummer 1] ,
mede namens haar minderjarig kind,
[eiser 2],
V-nummer: [v-nummer 2] ,
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. G.J. Douma).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een (herhaalde) asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Aan verzoekster is ook een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Het al aan verzoekster opgelegde terugkeerbesluit geldt nog steeds. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep [1] op zitting
behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster (bijgestaan door een tolk),
mr. C.T.W. van Dijk, kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.48066.