Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is op 24 oktober 2025 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 5 november 2025, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de uitzetting, mede vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting en het langdurige lopende lp-aanvraagproces.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder periodieke rappels aan de Marokkaanse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser. Het uitblijven van reactie van de Marokkaanse autoriteiten is niet verwijtbaar aan verweerder. Eiser weigerde mee te werken aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, wat zijn uitzetting vertraagt.
De rechtbank concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot een ander oordeel leidden dan in de eerdere uitspraak van 12 november 2025. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding en proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding en proceskosten is afgewezen.