ECLI:NL:RBDHA:2026:432

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
NL26.765
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring van een Marokkaanse vreemdeling

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 12 januari 2026 uitspraak gedaan in een vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring die op 24 oktober 2025 aan de eiser, een Marokkaanse vreemdeling, was opgelegd. De eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 8 januari 2026 gesloten. De rechtbank heeft overwogen dat de maatregel van bewaring eerder is getoetst en dat deze tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 5 november 2025 rechtmatig was. De rechtbank heeft vastgesteld dat de eiser geen nieuwe beroepsgronden heeft aangevoerd en dat verweerder voldoende voortvarend heeft gewerkt aan de uitzetting van de eiser. De rechtbank heeft geoordeeld dat er zicht op uitzetting naar Marokko is, ondanks het feit dat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de lp-aanvraag van de eiser. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.765

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S. Petkovic),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 24 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 8 januari 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2002 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Verwezen wordt naar de uitspraak van 12 november 2025 van deze rechtbank en zittingsplaats. [1] Hieruit volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 5 november 2025.
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Eisers vingerafdrukken zijn dertien maanden geleden verstuurd naar de Marokkaanse autoriteiten. Verweerder dient deze zaak daarom op zaaksniveau op te pakken en het rappelleren aan de Marokkaanse autoriteiten volstaat niet langer. Verder stelt eiser dat zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt vanwege de drie jaar durende lp-aanvraag die tot op heden geen resultaat heeft opgeleverd. Ook heeft er geen presentatie in persoon plaatsgevonden bij de Marokkaanse autoriteiten.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser geen andere beroepsgronden of feiten en omstandigheden heeft aangevoerd dan waarover zij reeds in het eerste beroep tegen deze bewaringsmaatregel heeft beslist. Slechts het tijdsverloop sinds de bewaringszitting van 5 november 2025 leidt in beginsel niet tot een ander oordeel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend heeft gewerkt aan de uitzetting van eiser. Dit volgt uit de periodieke schriftelijke rappels die door verweerder aan de Marokkaanse autoriteiten zijn verzonden [2] en de vertrekgesprekken die verweerder met eiser heeft gevoerd. Dat eisers uitzetting langer kan duren, omdat de Marokkaanse autoriteiten tot op heden geen reactie hebben gegeven, is een omstandigheid die verweerder niet verweten kan worden. Verweerder moet enige tijd worden gegund om dit te kunnen afwachten. Daarbij kan eiser zijn uitzetting bespoedigen door gelet op zijn meewerkverplichting mee te werken aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit. Niet is gebleken dat eiser hiertoe bereid is. Zo reageert eiser ontwijkend op de vraag in welk land hij is geboren [3] en verklaart hij niet open te staan voor terugkeer naar zijn land van herkomst en niet bezig te zijn met een terugkeer naar Marokko. [4]
6. Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld is er in het algemeen zicht op uitzetting naar Marokko. [5] Dat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op eisers lp-aanvraag is geen reden om in het specifieke geval van eiser aan te nemen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Daarbij is niet gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten te kennen hebben gegeven dat voor eiser geen lp zal worden afgegeven.
7. Ook overigens ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Met het kenmerk: ECLI:NL:RBDHA:2025:21308.
2.Deze rappels zijn verzonden op 6 november, 27 november en 17 december 2025.
3.Vertrekgesprek van 25 november 2025.
4.Vertrekgesprek van 18 december 2025.
5.In de uitspraak van 5 november 2025 met het kenmerk: ECLI:NL:RBDHA:2025:21308.