ECLI:NL:RBDHA:2026:43

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
NL25.45291
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser behandeld dat op 18 september 2025 is ingediend. Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 8 november 2023. Eiser heeft eerder, op 15 juli 2025, ook al beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft op 16 december 2025 het beroep van 15 juli 2025 gegrond verklaard en de minister opgedragen om binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, tot een maximum van € 15.000,-.

In deze uitspraak wordt het beroep van 18 september 2025 beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van dit beroep, aangezien er al een eerdere uitspraak is gedaan op het beroep van 15 juli 2025. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, in aanwezigheid van griffier K.D.M. Nijholt, en is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45291

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M. Issa),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser op 18 september 2025 heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van
8 november 2023.
1.1.
Eiser heeft op 15 juli 2025 en vervolgens nogmaals op 18 september 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 8 november 2023. Op
16 december 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser van 15 juli 2025 gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen om binnen acht weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. [1] Daarbij is eveneens een dwangsom opgelegd van € 100,- voor elke dag dat de minister deze beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
1.2.
In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van 18 september 2025.
1.3.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [2]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Eiser heeft tweemaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nu de rechtbank reeds op het beroep van 15 juli 2025 heeft beslist, is er geen belang meer bij de beoordeling het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.NL25.31848.
2.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).