ECLI:NL:RBDHA:2026:4280
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking beroep verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om als zelfstandige te werken, welke op 23 december 2024 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 10 juli 2025 besloot de minister op het bezwaar, waarna verzoeker beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd ingediend in afwachting van de behandeling van dit beroep.
Echter, op 23 februari 2026 trok verzoeker het beroep in, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig werd. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan op 25 februari 2026 door de voorzieningenrechter en is niet vatbaar voor hoger beroep of andere rechtsmiddelen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens intrekking van het beroep.