ECLI:NL:RBDHA:2026:4280

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
25/592
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking beroep verblijfsvergunning zelfstandige

Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om als zelfstandige te werken, welke op 23 december 2024 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

Op 10 juli 2025 besloot de minister op het bezwaar, waarna verzoeker beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd ingediend in afwachting van de behandeling van dit beroep.

Echter, op 23 februari 2026 trok verzoeker het beroep in, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig werd. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan op 25 februari 2026 door de voorzieningenrechter en is niet vatbaar voor hoger beroep of andere rechtsmiddelen.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/592
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Harmanci),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. W.J. Poot).

Inleiding

In het besluit van 23 december 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige afgewezen.
Verzoeker heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In het besluit van 10 juli 2025 heeft verweerder beslist op het bezwaar van verzoeker. Verzoeker heeft daartegen beroep (AWB 25/14779) ingesteld. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het verzoek gelijkgesteld met een verzoek hangende het beroep.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Op 23 februari 2026 heeft verzoeker het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft ingetrokken. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 25 februari 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.