Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 juni 2025, met producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties 1 tot en met 3.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Partijen sloten op 7 december 2022 een aannemingsovereenkomst voor verbouwingswerkzaamheden aan een woning. De aanneemsom werd vrijwel volledig voldaan, maar het werk werd niet afgemaakt en vertoonde gebreken. Na ingebrekestelling en een deskundigenrapport van ZNEB werd vastgesteld dat diverse werkzaamheden niet of ondeugdelijk waren uitgevoerd, met een schadebedrag van €27.137,07.
De opdrachtgever vorderde schadevergoeding en expertisekosten, terwijl de aannemer een tegenvordering deed voor meerwerk aan het dak. De rechtbank oordeelde dat de aannemer tekortgeschoten is in de nakoming en in verzuim verkeert sinds de ingebrekestelling van 25 april 2025. De vordering tot schadevergoeding werd toegewezen, verminderd met de nog niet betaalde eindtermijn, en de expertisekosten werden eveneens toegewezen.
De vordering van de aannemer tot betaling van meerwerk werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van overeengekomen meerwerk. De rechtbank veroordeelde de aannemer tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. De verklaringen voor recht werden afgewezen wegens gebrek aan belang. Het vonnis werd bij vervroeging uitgesproken op 25 februari 2026.
Uitkomst: De aannemer wordt veroordeeld tot betaling van €23.327,39 schadevergoeding, expertisekosten en proceskosten wegens niet en ondeugdelijk uitgevoerd verbouwingswerk.