ECLI:NL:RBDHA:2026:4269
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens gebrek aan belang bij asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond op 5 december 2025. Hiertegen is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en daarbij geconstateerd dat verzoeker geen belang meer heeft bij de beoordeling van het verzoek. Dit volgt uit een eerdere uitspraak waarbij het aan het onderhavige verzoek verbonden beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde.
Gezien het ontbreken van belang verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.