ECLI:NL:RBDHA:2026:4262
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat het zicht op uitzetting naar Egypte binnen een redelijke termijn ontbrak, mede omdat de Egyptische autoriteiten niet reageerden op de ingediende laissez-passer aanvraag.
De rechtbank overwoog dat het zicht op uitzetting naar Egypte in het algemeen niet ontbreekt, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en cijfers over uitzettingen. In het concrete geval was de lp-aanvraag nog in behandeling en het ontbreken van een reactie was niet voldoende om het zicht op uitzetting te ontkennen. Bovendien had eiser niet actief meegewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, wat de voortgang van het lp-traject vertraagde.
De rechtbank voerde tevens een ambtshalve toetsing uit van de rechtmatigheid van de maatregel, waarbij geen onrechtmatigheid werd vastgesteld. Ook werd geen belemmering gevonden op grond van het non-refoulementbeginsel of het belang van het familie- en gezinsleven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.