ECLI:NL:RBDHA:2026:4258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid Nigeria
Eiser, een Nigeriaanse man die zich als homoseksueel presenteert, diende op 10 december 2022 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij in Nigeria werd vervolgd vanwege zijn seksuele gerichtheid, onder meer na een politie-inval in een hotel in 2015 waarbij hij werd opgepakt en wist te ontsnappen. De minister wees de aanvraag op 5 augustus 2025 af wegens ongeloofwaardigheid.
De rechtbank beoordeelde het beroep op 4 februari 2026 op de stukken, nadat verweerder zich had afgemeld. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig achtte. Eiser kon onvoldoende inzicht geven in zijn gevoelens, relaties en de reacties van zijn omgeving, zoals zijn ouders en leraren. Ook waren zijn verklaringen over het hotelincident ongerijmd.
De rechtbank achtte de gehanteerde werkinstructie voor geloofwaardigheid passend en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalde. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en onvoldoende aannemelijk gemaakte vervolgingsrisico's.