Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen. Hiertegen werd bezwaar gemaakt, dat vervolgens niet-ontvankelijk werd verklaard door de minister. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting en verwees naar een gelijktijdige uitspraak in een gerelateerde zaak (AWB 23/2549) waarin reeds op het beroep was beslist. Gezien deze uitspraak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.