ECLI:NL:RBDHA:2026:4224

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
NL25.2113
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontzegging EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring

Deze uitspraak betreft het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot ontzegging van zijn EU-verblijfsrecht en zijn ongewenstverklaring op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 februari 2026 behandeld in aanwezigheid van de gemachtigden van beide partijen. Verzoeker heeft tevens beroep ingesteld tegen het besluit.

De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van de rechtbank van dezelfde datum (zaaknummer NL24.44023) waarin op het beroep is beslist. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontzegging van het EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.2113

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker,

(gemachtigde: mr. I. Petkovski),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het ontzeggen dan wel beëindigen van eisers EU-verblijfsrecht, evenals over zijn ongewenstverklaring op grond van artikel 67 van Pro de Vw [1] . Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.44023, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.