ECLI:NL:RBDHA:2026:4222

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
NL25.52850
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000C1/4.1 Vreemdelingencirculaire 2000WI 2019/17Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag op grond van ongeloofwaardigheid seksuele geaardheid en onvoldoende traumabeleid

Eiseres diende op 12 november 2024 een asielaanvraag in, die door de minister op 22 oktober 2025 werd afgewezen. Zij voerde aan dat zij vanwege haar lesbische geaardheid en traumatische ervaringen met de ex-partner van haar tante vervolging en ernstige schade zou vrezen bij terugkeer naar Nigeria.

De rechtbank behandelde het beroep op 24 februari 2026 en oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid van eiseres in twijfel trok. Eiseres gaf onvoldoende inzicht in haar innerlijke ontwikkeling en persoonlijke beleving, en haar verklaringen over haar contacten binnen de LHBTI-gemeenschap waren oppervlakkig. Ook de verklaringen van derden boden geen doorslaggevend aanvullend bewijs.

Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij persoonlijk te vrezen heeft van de ex-partner van haar tante, noch dat deze ex-partner valt onder de categorieën die in het traumatabeleid worden beschermd. De minister heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen als ongegrond.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskostenveroordeling af. Eiseres kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52850

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], V-nummer: [v-nummer], eiseres,

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000. [1] Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 12 november 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
2.1.
De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij door haar stiefmoeder, en later haar tante, is opgevoed. Eiseres heeft verklaard dat zij door de ex-partner ([naam 3]) van haar tante is verkracht en bedreigd. Eiseres durfde dit niet aan haar tante te vertellen. Eiseres heeft verklaard dat de ex-partner van haar tante lid was van een cult. Hij had problemen met een andere cult. Eiseres haar tante was bang om slachtoffer te worden van het conflict tussen haar ex-partner en de andere cult. Daarom is zij met eiseres naar Kano State gegaan. Daar kwam zij een vriend van haar ex-partner tegen. Eiseres haar tante was daardoor bang dat zij in Kano State ook niet veilig was. Daarom hebben eiseres en haar tante Nigeria verlaten. Eiseres is meegegaan, omdat zij pas 13 jaar oud was en afhankelijk van haar tante. Tot slot heeft eiseres verklaard dat zij lesbisch is. Eiseres is bang om vervolgd te worden als men hierachter komt.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Seksuele gerichtheid;
Problemen met/vanwege de ex-partner van eiseres haar tante.
De minister stelt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn. De verklaringen over eiseres haar seksuele gerichtheid zijn niet geloofwaardig. Eiseres haar verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. De geloofwaardigheid van de problemen met/vanwege de ex-partner van eiseres haar tante wordt in het midden gelaten. Uit C1/4.1, punt 5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) volgt dat de minister ervoor kan kiezen om een asielmotief enkel op zwaarwegendheid te beoordelen.
Heeft de minister kunnen concluderen dat de verklaringen van eiseres over haar seksuele gerichtheid niet geloofwaardig zijn?
5. Eiseres stelt dat zij met haar verklaringen wel degelijk haar lesbische geaardheid en de in verband daarmee ondervonden problemen en dreigende vervolging aannemelijk heeft gemaakt. Eiseres heeft juist in haar verklaringen tijdens het nader gehoor haar ervaringen en persoonlijke beleving van haar lesbische geaardheid naar voren gebracht. Eiseres heeft authentiek, persoonlijk en consistent verklaard over haar eigen ervaringen en persoonlijke beleving met betrekking tot haar seksuele gerichtheid. Zij heeft verklaard wat dit voor haar en haar omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst en hoe haar ervaringen in het algemene beeld passen. Zo heeft eiseres verteld dat het voor haar een grote opluchting was, dat zij zich er goed bij voelde, heeft ontdekt dat dit is wie zij is en daar niets aan kan doen en dus besloten heeft het te accepteren. Ook over haar relatie met [naam 2] heeft eiseres heel concreet verteld. Eiseres heeft daarnaast wel degelijk voldoende uitgebreid verteld over het uiten van haar lesbische geaardheid in Nederland, is hier te lande actief binnen de lhbti-gemeenschap, bezoekt lhbti-bijeenkomsten en is bij de Gay Pride geweest. De minister heeft deze omstandigheden en verklaringen echter niet juist beoordeeld.
5.1.
De minister overweegt dat eiseres weinig inzicht geeft in hoe haar gedachten over haar seksuele gerichtheid zich hebben ontwikkeld. Eiseres geeft maar weinig inzicht in de innerlijke ontwikkeling die zij heeft doorgemaakt om tot haar realisatie en acceptatie van haar seksuele gerichtheid te komen. Zij legt niet uit welke stappen zij heeft gemaakt van het wegstoppen van haar gevoelens tot de volledige acceptatie ervan en ook geeft zij weinig inzicht in haar relatie met [naam 2] Eiseres haar verklaringen over [naam 2], wat voor een persoon zij is en wat zij leuk vond aan haar persoonlijkheid, blijven aan de oppervlakte; eiseres geeft geen verder inzicht in wat zij aantrekkelijk vond in haar persoonlijkheid. De minister overweegt ook dat eiseres weinig inzicht geeft in de betekenis van haar contacten met de lhbti-gemeenschap in Nederland. Eiseres kan weliswaar feitelijk verklaren over hoe het eraan toe gaat tijdens bijeenkomsten van onder andere het COC, maar haar verklaringen over wat het bezoeken ervan voor haar betekent blijven aan de oppervlakte en eiseres geeft geen dieper inzicht in hoe het voor haar is om daarheen te gaan, wie zij daar ontmoet en waarover zij praat. De verklaring van LGBT Asylum Support komt geen doorslaggevend gewicht toe volgens de minister. Bovenstaande in samenhang bezien geeft de minister in het bestreden besluit voldoende reden om te concluderen dat eiseres geen persoonlijk en authentiek verhaal heeft verteld.
5.2.
De rechtbank stelt vast dat de minister conform WI 2019/17 en aan de hand van voorbeelden heeft gemotiveerd waarom hij van mening is dat het verhaal van eiseres niet authentiek en persoonlijk is. Eiseres stelt hier enkel en ongemotiveerd tegenover dat eiseres wel authentiek, persoonlijk en consistent heeft verklaard en dat de beoordeling van de minister onjuist is. Dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. De rechtbank acht daarbij relevant dat in het gehoor uitgebreid is doorgevraagd en dat eiseres meermaals de gelegenheid heeft gehad om inzicht te geven in haar beleefwereld. De rechtbank is met de minister van oordeel dat zij dit onvoldoende heeft gedaan. De rechtbank volstaat daarom met een verwijzing naar de motivatie zoals neergelegd in de besluitvorming en de conclusie dat de minister niet ten onrechte de seksuele geaardheid van eiseres ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank overweegt dat uit uitspraken van de Afdeling [2] volgt dat verklaringen van derden en foto’s kunnen dienen als ondersteunend bewijs en een ontoereikende verklaring van een vreemdeling op één van de in WI 2019/17 genoemde thema’s kunnen compenseren. Dat is in het bijzonder het geval als het gaat om informatie van feitelijke aard of verklaringen van objectieve derden over feitelijk gedrag. De staatssecretaris moet in zijn besluit uitleggen op welke manier rekening is gehouden met die informatie en waarom. De rechtbank is van oordeel dat de minister in het voornemen [3] , dat onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit, voldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaring van LGBT Asylum Support van 15 oktober 2025 geen aanvullende inzichten geeft. Na het bestreden besluit zijn een brief van de kamergenote van eiseres van 19 februari 2026 en een tweede verklaring LGBT Asylum Support van 23 februari 2026 overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemachtigde van de minister zich tijdens de zitting niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat ook deze brieven de tekortschietende verklaringen van eiseres niet compenseren.
Heeft eiseres te vrezen bij terugkeer?
6. De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat de minister de seksuele gerichtheid van eiseres niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Daaruit volgt ook dat eiseres bij terugkeer niet heeft te vrezen voor vervolging of ernstige schade vanwege haar geaardheid. Deze grond slaagt niet.
6.1.
Eiseres stelt voorts dat zij bij terugkeer wel degelijk te vrezen heeft voor de ex-partner van haar tante, die haar op jeugdige leeftijd heeft misbruikt. Eiseres meent dat hij dit heeft durven doen, en ook straffeloos kon doen, omdat hij lid was van een geheim genootschap waartegen de Nigeriaanse overheid geen bescherming biedt. Omdat dit haar juist als vrouw is aangedaan is hier sprake van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
6.2.
De minister overweegt dat eiseres geen concrete aanknopingspunten geeft waaruit blijkt dat zij wordt gezocht door de ex-partner van haar tante of de cult. Eiseres is al vijf jaar weg en heeft in die tijd ook niks vernomen van de ex-partner van haar tante. Eiseres haar vrees is enkel gebaseerd op vermoedens. Dat eiseres ervan uitgaat dat de ex-partner van haar tante nog wel leeft, maakt dit niet anders.
6.3.
De rechtbank oordeelt dat de minister heeft kunnen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk te vrezen heeft van de ex-partner van haar tante. Eiseres geeft hiertoe geen concrete aanknopingspunten en haar enkele vermoedens zijn in dit kader onvoldoende.
Komt eiseres in aanmerking voor het traumatabeleid?
7. Eiseres meent dat het traumatabeleid van de minister van toepassing is. Eiseres stelt dat het misbruik haar is aangedaan door een groepering waartegen de overheid geen bescherming kan of wil bieden. De groepering zal de ex-partner van eiseres haar tante in ieder geval altijd steunen.
7.1.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van het ‘traumatabeleid.’ [4] In het beleid zijn de actoren vastgelegd. Dit zijn de autoriteiten van het land van herkomst, politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in het land van herkomst of een deel daarvan, of groeperingen waartegen de overheid niet in staat is of niet bereid is bescherming te bieden. De minister stelt terecht dat er geen aanknopingspunten zijn dat de ex-partner van eiseres haar tante valt onder één van deze categorieën. Eiseres voldoet hierdoor niet aan de voorwaarden van het beleid.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State van 12 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:977) en 22 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1193).
3.Zie p. 5.
4.C2/3.3.2.2 V.