ECLI:NL:RBDHA:2026:4220
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over refoulementbeoordeling bij terugkeer en bewaring met onduidelijke nationaliteit
De rechtbank Den Haag behandelt een zaak waarin eiser in bewaring is gesteld ter voorbereiding van zijn terugkeer naar een van de in het terugkeerbesluit genoemde landen: Marokko, Algerije of Libië. De nationaliteit van eiser is onduidelijk en hij werkt niet mee aan het vaststellen daarvan. Het terugkeerbesluit is genomen zonder inhoudelijke refoulementbeoordeling, wat eiser betwist.
De rechtbank onderzoekt of en wanneer een refoulementbeoordeling moet plaatsvinden: bij het terugkeerbesluit, bij oplegging van de maatregel van bewaring, of pas wanneer het land van terugkeer definitief is vastgesteld. De rechtbank concludeert dat het Hof van Justitie hierover nog geen uitspraak heeft gedaan en dat prejudiciële vragen noodzakelijk zijn.
De rechtbank benadrukt dat de bewaring alleen rechtmatig is als een geldig terugkeerbesluit ten grondslag ligt en dat de refoulementbeoordeling essentieel is om te voorkomen dat iemand wordt teruggestuurd naar een land waar hij risico loopt op schending van het non-refoulementbeginsel. De procedure is geschorst totdat het Hof antwoord geeft op de vragen.
Uitkomst: De rechtbank schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om spoedige beantwoording van prejudiciële vragen over de refoulementbeoordeling bij terugkeer en bewaring met onduidelijke nationaliteit.