Stedin verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer vanwege vermeende fraude met werktijd en een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer werkt sinds 1980 bij Stedin en is lid van de ondernemingsraad. Stedin baseert haar verzoek op onregelmatigheden in de registratie van werktijd en het gebruik van de bedrijfsauto, ondersteund door een integriteitsonderzoek.
De werknemer betwist fraude en stelt dat hij ziek is en beschermd wordt door opzegverboden. De kantonrechter oordeelt dat er geen voldragen verwijtbaar handelen is dat ontbinding op de e-grond rechtvaardigt, mede omdat opzet voor fraude ontbreekt en de werknemer moeite had met het registratiesysteem. Wel is sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie (g-grond), waardoor ontbinding gerechtvaardigd is.
Herplaatsing is niet mogelijk vanwege het gebrek aan vertrouwen. Het opzegverbod tijdens ziekte en het lidmaatschap van de ondernemingsraad staan de ontbinding niet in de weg. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 12 maart 2026. De werknemer krijgt recht op een transitievergoeding, maar geen billijke vergoeding, omdat het handelen van Stedin niet ernstig verwijtbaar is. Proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen deels in het gelijk zijn gesteld.