ECLI:NL:RBDHA:2026:4205

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
C/09/696242 / KG ZA 25-1244
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 597 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlof tot tenuitvoerlegging partneralimentatiebeschikkingen bij lijfsdwang

Eiseres vordert verlof tot tenuitvoerlegging van onherroepelijke partneralimentatiebeschikkingen van 7 december 2017 en 28 maart 2018 bij lijfsdwang tegen gedaagde, die niet is verschenen en verstek is verleend.

Gedaagde heeft de alimentatie niet betaald en houdt zich doelbewust onzichtbaar, terwijl er aanwijzingen zijn dat hij over vermogen beschikt. De betalingsachterstand bedroeg op 3 april 2025 € 484.247,91 en was op 1 december 2025 opgelopen tot € 538.746,79. Pogingen tot inning door het LBIO hebben geen substantieel resultaat opgeleverd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat lijfsdwang een uiterst middel is, maar in deze omstandigheden gerechtvaardigd is voor maximaal zes maanden als prikkel tot nakoming. De vordering tot executie van kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.450,63. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van partneralimentatiebeschikkingen bij lijfsdwang voor maximaal zes maanden wordt verleend en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/696242/ KG ZA 25-1244
Vonnis in kort geding van 16 februari 2026
in de zaak van
[eiseres], ingeschreven in de [gemeente] en met gekozen woonplaats te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. C.F.L.A van der Vegt-Boshouwers te Eindhoven,
tegen:
[gedaagde],zonder bekende woon- of verblijfsplaats in en buiten Nederland,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

./. 1.1. Eiseres heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 2 februari 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.
1.2.
Gedaagde is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar hij is daar niet verschenen. Tegen gedaagde is verstek verleend.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
Gedaagde heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering en de door eiseres aangevoerde feiten en omstandigheden niet betwist. In dat licht komt de vordering de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het gevorderde wordt daarom toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing.
2.2.
Daartoe wordt nog het volgende overwogen. Lijfsdwang is een uiterst middel dat alleen kan worden opgelegd als aannemelijk is dat toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst zal bieden en het belang van de schuldeiser toepassing daarvan rechtvaardigt. Uit het dossier komt naar voren dat gedaagde de bij beschikkingen van 7 december 2017 en 28 maart 2018 onherroepelijk vastgestelde partneralimentatie niet betaalt, dat hij zich al jaren doelbewust onzichtbaar houdt en eiseres geen zicht heeft op zijn vermogen, terwijl er wel aanwijzingen zijn dat hij over vermogen beschikt. De betalingsachterstand bedroeg volgens het LBIO € 484.247,91 op 3 april 2025 en eiseres heeft de achterstand per 1 december 2025 becijferd op € 538.746,79. Eiseres heeft onderhoudsbijdragen nodig om in haar levensonderhoud te voorzien en het LBIO heeft namens haar meerdere pogingen in het werk gesteld om de vorderingen te innen, zonder dat dit tot (substantieel) resultaat heeft geleid.
2.3.
In de gegeven omstandigheden is de vordering om de beschikkingen uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren toewijsbaar. De lijfsdwang wordt toegestaan voor de duur van maximaal zes maanden, omdat er geen grond is om aan te nemen dat daarmee niet kan worden volstaan als prikkel tot nakoming. De vordering om de reeds vervallen kosten en de nog te vervallen kosten eveneens uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren wordt afgewezen, alleen al omdat eiseres niet concreet heeft gemaakt welke kosten dit betreft.
2.4.
De veroordeling in de kosten van de tenuitvoerlegging van de lijfsdwang wordt eveneens afgewezen. Deze kosten moeten op grond van artikel 597 Rv Pro in eerste instantie door eiseres bij wijze van voorschot worden voldaan. Wanneer gedaagde in gijzeling is genomen, kan eiseres proberen deze executiekosten op gedaagde te verhalen.
2.5.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
160,63
- griffierecht
341,00
- salaris advocaat
760,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.450,63

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
verleent eiseres verlof om de in de dagvaarding genoemde beschikkingen van 7 december 2017 en 28 maart 2018 ten uitvoer te doen leggen bij lijfsdwang tot een maximum van zes maanden tot en met december 2025 is voldaan;
3.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.450,63, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.
WJ