Eiser, eigenaar van een woning naast een pand dat wordt verbouwd tot hotel, verzoekt het college handhavend op te treden tegen een bouwplan dat 6,5 cm breder is uitgevoerd dan vergund, waardoor mogelijk over zijn erfgrens wordt gebouwd. Het college wijst het handhavingsverzoek af vanwege de geringe afwijking en de onevenredigheid van handhaving.
De rechtbank beoordeelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mate van overschrijding en de mogelijke belemmering van het eigendomsrecht van eiser. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd waarom handhaving onevenredig zou zijn, mede omdat het belang van eiser in het geding is.
Naar aanleiding van een door eiser ingediend kadasterrapport heeft de rechtbank het onderzoek heropend. De rechtbank kan niet vaststellen of en in hoeverre de erfgrens wordt overschreden en of dit de bouwmogelijkheden van eiser beperkt. Het college wordt daarom in de gelegenheid gesteld nader onderzoek te doen en het besluit te heroverwegen.
De rechtbank wijst op het overgangsrecht van de Wabo en benadrukt dat het algemeen belang bij handhaving zwaar weegt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en geeft het college een termijn van acht weken om het gebrek te herstellen, met een termijn van twee weken om aan te geven of het college hiervan gebruik maakt.