ECLI:NL:RBDHA:2026:4199
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopig uitsluitend gebruik van de huurwoning aan voormalig partners toegewezen
Eiseres en gedaagde, voormalige partners en medehuurders van een woning, zijn in geschil over het gebruik van de woning na het beëindigen van hun affectieve relatie. Gedaagde kreeg eerder een huisverbod opgelegd wegens een ernstige situatie met dreiging van huiselijk geweld, waarna eiseres met hun dochter de woning verliet en tijdelijk elders verbleef. Eiseres kan geen andere woonruimte vinden en vordert het voorlopig uitsluitend gebruik van de woning met uitsluiting van gedaagde.
De voorzieningenrechter stelt vast dat beide partijen geen alternatieve woonruimte hebben en dat de dochter van partijen, die vijf jaar oud is, gebaat is bij continuïteit en stabiliteit in haar woon- en schoolsituatie nabij de woning. Eiseres draagt volledig de zorg voor de dochter, terwijl gedaagde geen omgang met haar heeft. Het belang van de dochter weegt daarom zwaarder dan het belang van gedaagde bij voortzetting van het gebruik van de woning.
De rechter wijst de vordering toe en veroordeelt gedaagde binnen zeven dagen na betekening de woning te verlaten en de sleutels aan eiseres te overhandigen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het voorlopig uitsluitend gebruik geldt totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist.
Uitkomst: Gedaagde moet binnen zeven dagen de woning verlaten en eiseres krijgt voorlopig uitsluitend gebruik van de woning toegewezen.