In deze bestuursrechtelijke zaak heeft Stichting eiseres beroep ingesteld tegen het UWV wegens het niet tijdig beslissen op een herbeoordelingsverzoek van een (ex-)werknemer met een WIA-uitkering. Het verzoek tot herbeoordeling was ingediend op 17 juni 2025, maar het UWV had tot het moment van de uitspraak op 27 februari 2026 nog geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat het UWV sinds de ingebrekestelling op 29 september 2025 niet heeft beslist. Het UWV heeft een dwangsombeslissing genomen, maar nog geen inhoudelijk besluit. De rechtbank oordeelt dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, een bijzondere situatie geldt conform artikel 8:55d, derde lid, Awb, mede vanwege het structurele artsentekort bij het UWV.
De rechtbank legt een termijn op van negen weken na verzending van de uitspraak waarbinnen het UWV eerst binnen zes weken een medische beoordeling moet verrichten en vervolgens binnen drie weken een besluit moet nemen. Bij overschrijding geldt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres.