Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:4176

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/09/691967 / JE RK 25-1643
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige in gezinsgerichte voorziening

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gezinsgerichte voorziening. De minderjarige verblijft momenteel in een gezinshuis en de ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De kinderrechter had eerder de machtiging verlengd tot 23 februari 2026.

De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met het ontbreken van een passende plek in een moeder-kindhuis en de noodzaak van intensief toezicht op de moeder om de veiligheid van de minderjarige te waarborgen. Er is een plan voor een gezinsopname bij Mereo in maart 2026, waar de zorg- en opvoedcapaciteiten van de moeder kunnen worden beoordeeld. De plek in het gezinshuis blijft beschikbaar gedurende deze periode.

Tijdens de zitting met gesloten deuren waren de ouders, hun advocaten, de gezinshuisouders en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De vader stemt in met het plan, de moeder benadrukt het belang van de gezinsopname en ontkent tekortkomingen in haar zorg. De gezinshuisouders benadrukken de intensieve medische en gedragsmatige zorg die de minderjarige nodig heeft.

De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. De machtiging wordt verlengd voor drie maanden om de gezinsopname te laten plaatsvinden en een verslaglegging te maken, waarna de conclusies met de ouders besproken worden. De verdere behandeling wordt aangehouden tot een nader te bepalen zitting. De beschikking is direct uitvoerbaar en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd voor drie maanden en de verdere behandeling aangehouden tot een nader te bepalen zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en zorgrecht
Zaaknummer: C/09/691967 / JE RK 25-1643
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. A.L. Weterings uit Den Haag,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. M. Erkens uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[gezinshuisouder 1]en
[gezinshuisouder 2],
hierna te noemen: de gezinshuisouders.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 november 2025
de machtiging om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een
gezinsgerichte voorziening verlengd tot 23 februari 2025 en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 20 november 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de brief van de gecertifceerde instelling met bijlagen van 10 februari 2026;
  • de brief met bijlage van de zijde van de vader van 18 februari 2026.
1.3.
Op 19 februari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
  • de gezinshuisouders;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
1.4.
Als toehoorder is verschenen [naam 3] , de ambulant begeleidster van de moeder.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] verblijft in een gezinshuis.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 november 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 23 november 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen tot 23 mei 2026 en de beslissing voor het overige aan te houden tot een nader te bepalen zittingsdatum. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd.
3.2.
Naar aanleiding van de beschikking van 20 november 2025 heeft de gecertificeerde instelling aanmeldingen gedaan bij diverse moeder-kindhuizen. Op dit moment acht de gecertificeerde instelling plaatsing in een moeder-kindhuis niet passend. Tijdens de begeleide omgangsmomenten is de afgelopen maanden, door meerdere onafhankelijke begeleiders, geconstateerd dat moeder onvoldoende aansluit bij de behoeften van [de minderjarige] . Dit beeld is eerder ook waargenomen op de vorige woonplek van [de minderjarige] door verschillende professionals. Moeder-kindhuizen worden bovendien niet passend geacht vanwege het beperkte toezicht dat daar geboden kan worden. De moeder heeft momenteel intensief toezicht nodig heeft om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen, hetgeen binnen een moeder- kindhuis niet kan worden gegarandeerd. Daarnaast duurt het doorgaans meerdere maanden voordat een moeder-kindhuis een uitspraak kan doen over het perspectief van [de minderjarige] . Als blijkt dat [de minderjarige] niet terug kan naar huis, is [de minderjarige] de plek in het gezinshuis kwijt.
3.3.
Om duidelijkheid te krijgen of moeder de zorg- en opvoeding van [de minderjarige] kan dragen, zou er een gezinsopname kunnen plaatsvinden. Hiervoor heeft de gecertificeerde instelling contact gehad met Mereo. In maart 2026 bestaat de mogelijkheid om een gezinsopname te realiseren op een locatie van Mereo, waarbij er zicht komt op het opvoed- en opgroeiklimaat van [de minderjarige] bij moeder. Indien hiervoor wordt gekozen dan zal eind maart 2026 duidelijk zijn wat het perspectief van [de minderjarige] is. Wanneer terugkeer naar huis mogelijk blijkt, kan op basis daarvan een plan worden opgesteld om de terugplaatsing zorgvuldig en stapsgewijs te laten verlopen. Indien het advies luidt om moeder aan te melden bij een moeder-kindhuis, kan dit worden gedaan met de aanvullende informatie die de gecertificeerde instelling ontvangt vanuit Mereo. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om hernieuwde aanmeldingen bij moeder-kindhuizen te realiseren en opnieuw te beoordelen of plaatsing daar haalbaar is. Mocht uit de gezinsopname blijken dat terugkeer naar huis niet haalbaar is, dan blijft de plek in het gezinshuis beschikbaar.
Er is uitvoerig overleg geweest met Mereo om te beoordelen of de gezinsopname gelet op de medische situatie van [de minderjarige] voldoende veilig is. De gezinshuisouders gaan eerder naar Mereo om onder andere uitleg te geven over het gebruik van de medicatie voor [de minderjarige] . De gecertificeerde instelling heeft geen indicatie dat de gezinsopname niet veilig zou kunnen plaatsvinden.
3.4.
De gecertificeerde instelling vindt een verlenging van machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van drie maanden noodzakelijk. Begin maart 2026 kan de gezinsopname plaatsvinden, maar daarna dient daarvan een goede verslaglegging gemaakt te worden en deze moet worden besproken met de ouders.

4.De standpunten

4.1.
Door de advocaat van de vader is het volgende naar voren gebracht. Bij de stukken van de gecertificeerde instelling is een brief van de gezinshuisouders toegevoegd. Er staat in de brief een stuk aan feitelijke waarnemingen, maar er zitten ook beoordelingen in. Het verzoek aan de gecertificeerde instelling en gezinshuisouders is om hierin terughoudend te zijn en enkel relevante feitelijke informatie te verstrekken.
De vader heeft ingestemd met het plan van de gecertificeerde instelling. De advocaat heeft hierop in aanvulling aangegeven dat het plan van de gecertificeerde instelling een kans biedt aan de moeder om te laten zien dat zij de zorg voor [de minderjarige] kan dragen. De advocaat verzoekt dat er van de gezinsopname een duidelijke verslaglegging wordt gemaakt met daarbij een concrete beoordeling.
4.2.
Door en namens de moeder is het volgende naar voren gebracht. De moeder vond het lastig om de brief van de gezinshuisouders te lezen. De gezinsopname is voor haar erg belangrijk, zodat zij kan laten zien dat zij als moeder de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van [de minderjarige] kan dragen. Als het dan echt niet gaat, dan gaat het niet. Voor de moeder is het belangrijk dat met de moeder wordt overlegd waarom zij bepaalde keuzes maakt en dat zij daarop feedback krijgt. Er wordt bij Mereo pas ingegrepen als dat echt nodig is. De vraag is ook of er 24-uurs toezicht noodzakelijk is. De moeder blijft er bij dat zij [de minderjarige] nooit pijn heeft gedaan en nooit botbreuken heeft toebracht. Met betrekking tot de medische zorg voor [de minderjarige] heeft de moeder een certificaat gehaald in het Sophia Kinderziekenhuis. Dat moeder het niet aan zou kunnen om die zorg te leveren is niet realistisch, omdat zij dat nooit heeft kunnen aantonen. De moeder stemt in met de gezinsopname.
4.3.
De gezinshuisouders hebben uitvoerig naar voren gebracht wat de medische beperking van [de minderjarige] inhoudt en welke zorg zij hierdoor moeten verlenen aan [de minderjarige] . [de minderjarige] vraagt meer van een ouder dan een gemiddeld kind en zij heeft niet alleen intensieve begeleiding nodig ten aanzien van haar gedrag, maar zij heeft ook intensieve specialistische medische zorg nodig. De gezinshuisouders vinden dat het belang van [de minderjarige] voorop moet staan. Als externe partijen zeggen dat de moeder voor [de minderjarige] kan zorgen, dan zullen de gezinshuisouders hun zorgen opzij zetten en, weliswaar met pijn in hun hart, een goede overdracht verzorgen richting de moeder.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
De gecertificeerde instelling heeft de afgelopen periode onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor de moeder om te laten zien dat zij zelf de zorg voor [de minderjarige] kan dragen. De gecertificeerde instelling heeft er voor gezorgd dat er op korte termijn een plek beschikbaar is voor een gezinsopname bij Mereo. Met een gezinsopname kan op een veilige manier aan de moeder de kans worden geboden om te laten zien hoe zij de zorg voor [de minderjarige] op zich neemt. De kinderrechter begrijpt dat een gezinsopname van vier dagen een korte tijd is. Van de moeder wordt dan ook geen perfectie verwacht, maar wel dat zij kan laten zien in hoeverre zij over de opvoedcapaciteiten beschikt om te zorgen voor [de minderjarige] . De plek bij de gezinshuisouders blijft ondertussen voor [de minderjarige] beschikbaar. Het is namelijk zeer onwenselijk als [de minderjarige] niet terug zou kunnen naar de gezinshuisouders na de gezinsopname. De gezinshuisouders zijn immers al langere tijd betrokkene bij [de minderjarige] en kunnen goed aansluiten bij de bovengemiddelde opvoedbehoefte van [de minderjarige] .
5.3.
De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verlengen voor de duur van drie maanden en voor de overige zes maanden aanhouden. De kinderrechter vindt een termijn van drie maanden noodzakelijk om de gezinsopname te laten plaatsvinden en hiervan een goede verslaglegging te maken. De conclusies van Mereo moeten op een zorgvuldige manier met de ouders besproken worden.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling één week voor de nader te bepalen zitting een schriftelijke update met daarin een plan van aanpak voor de komende periode en de conclusies van de gezinsopname bij Mereo te verstrekken aan de rechtbank en de belanghebbenden.
5.4.
Gelet op de gezinsopname bij Mereo zal de kinderrechter de zelfstandige verzoeken van de vader aanhouden tot de nader te bepalen zitting.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening tot 23 mei 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te
bepalen zitting,
gelegen vóór 23 mei 2026,
6.4.
vraagt de griffier om voor die nader te bepalen zitting op te roepen:
- de vader,
- de advocaat van de vader, mr. M. Erkens,
- de moeder,
- de advocaat van de moeder, mr. A.L. Weterings,
- de gezinshuisouders als informant;
- de gecertificeerde instelling;
6.5.
houdt de behandeling van het zelfstandige verzoek van de vader aan tot
de nader te bepalen zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.D. van den Berg als griffier, en op schrift gesteld op 2 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.