Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, werd op 28 november 2025 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank ontving op 20 februari 2026 een kennisgeving over het voortduren van deze maatregel, waarmee eiser geacht wordt beroep te hebben ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding heeft ingediend.
De maatregel van bewaring werd op 20 februari 2026 opgeheven. De rechtbank heeft het onderzoek op 27 februari 2026 gesloten zonder zitting. De beoordeling richt zich op de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of eiser recht heeft op schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat zij de maatregel eerder heeft getoetst en dat deze tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. Voor het beroep is nu relevant of het voortduren van de maatregel sinds 10 december 2025 tot de opheffing rechtmatig was. Eiser heeft geen gronden tegen het voortduren ingediend en de rechtbank komt ambtshalve niet tot het oordeel dat het voortduren onrechtmatig was.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.