ECLI:NL:RBDHA:2026:4149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingenbewaring en schadevergoeding
Eiseres werd op 7 februari 2026 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 8 februari 2026 opgeheven en vervangen door een nieuwe maatregel. Eiseres stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht tevens om schadevergoeding wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging van de maatregel.
De rechtbank overwoog dat de maatregel niet voortduurde na 8 februari 2026 en dat eiseres op 7 februari 2026 niet voldeed aan de toegangsvoorwaarden voor internationale bescherming, waardoor de maatregel gerechtvaardigd was. De minderjarigheid van haar zoon werd niet erkend omdat hij zich voordeed als meerderjarig met een vervalst paspoort. Ook was er geen sprake van een significant risico op onderduiken.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat eiseres niet adequaat medische zorg kon ontvangen en zag geen reden om het grensbewakingsbelang te negeren of een lichter middel toe te passen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.