Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:4144

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
24/6760
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.S. Smits
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 7:15 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens verlening omgevingsvergunning

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Katwijk waarin zijn bezwaar tegen de weigering van een omgevingsvergunning ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure heeft het college op 3 juni 2025 een herstelbesluit genomen en alsnog de gevraagde omgevingsvergunning verleend, waarna verzoeker het beroep introk.

De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop het college geen bezwaar maakte. De rechtbank oordeelt dat het college aan verzoeker is tegemoetgekomen door het herstelbesluit en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.

De proceskosten worden vastgesteld op € 2266,-, gebaseerd op de punten voor het indienen van het bezwaarschrift, het verschijnen ter hoorzitting en het indienen van het beroepschrift, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het college verplicht is het griffierecht van € 371,- te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter R.S. Smits en griffier C.A. van der Meijs op 13 februari 2026, zonder zitting.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 2266,- aan proceskosten aan verzoeker na het verlenen van de omgevingsvergunning en intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/6760

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] B.V., uit [vestigingsplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. H. Koolen),
en

het college van burgemeester en wethouders van Katwijk

(gemachtigde: A.P. Eendebak).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het college van 26 juni 2024. Met dit besluit zijn de bezwaren van verzoeker tegen het primaire besluit van 5 februari 2024, waarin de door eiser gevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsverzamelgebouw met 10 bedrijfsunits is geweigerd, ongegrond verklaard. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken omdat het college op 3 juni 2025 een herstelbesluit heeft genomen, waarin het alsnog de verzochte omgevingsvergunning heeft verleend.
1.1.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat het geen bezwaar heeft tegen het toekennen van de proceskosten.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2] Hieronder kunnen ook de proceskosten vallen die in de bezwaarfase zijn gemaakt, voor het geval verzoeker in bezwaar om vergoeding van die kosten heeft gevraagd en het bestuursorgaan het primaire besluit heeft herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. [3]

Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 31 juli 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. Het college heeft op 3 juni 2025 alsnog de door verzoeker verzochte omgevingsvergunning verleend. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoeker vergoeden?
4.2.
De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn in bezwaar en beroep gemaakte proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2266,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 666,- en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,-. De rechtbank stelt de wegingsfactor op 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
5. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden. [4] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 2266,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.S. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. C.A. van der Meijs, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:75, eerste lid, in samenhang met artikel 7:15, tweede lid, van de Awb.
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.