ECLI:NL:RBDHA:2026:413

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
09-321059-25, 09-321031-25 (ttz. gev.), 09-010879-25 (ttz. gev.), 09-341113-25 (ttz. gev.)
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meermalen gepleegde diefstal, opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven, belediging en bedreiging van politieambtenaren en vernieling

Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder (winkel)diefstal, het uitgeven van valse bankbiljetten, belediging en bedreiging van politieambtenaren, en vernieling. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden. De zaak omvatte verschillende dagvaardingen met meerdere feiten, waarbij de verdachte op verschillende data in 2025 in Leiden en Noordwijk diefstallen heeft gepleegd en valse bankbiljetten heeft uitgegeven. De rechtbank heeft ook (partiële) vrijspraken uitgesproken voor enkele tenlastegelegde feiten, waaronder de vernieling van een Toyota en het uitgeven van valse bankbiljetten, omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat de verdachte hiervan schuldig was. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij ICI Paris XL Nederland B.V. gedeeltelijk toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De rechtbank heeft de verdachte ook verplicht om schadevergoeding te betalen aan een andere benadeelde partij, K. [naam 7]. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank, waarbij de rechtbank de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in overweging heeft genomen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/321059-25, 09/321031-25 (ttz. gev.),
09-010879-25 (ttz. gev.),
09/341113-25 (ttz. gev.)
Datum uitspraak: 12 januari 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de, door de politierechter naar de meervoudige kamer verwezen zaak met parketnummer 09/341113-25, en de overige hierboven vermelde zaken van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
postadres: [adres 1] ,
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] , locatie [locatie] te [plaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 29 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N.C. Neelis, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. L.C. Siebrand, naar voren is gebracht.
De rechtbank beveelt de voeging van:
de dagvaarding met parketnummer 09/321059-25 (hierna te noemen dagvaarding I) met
de dagvaarding met parketnummer 09/321031-25 (hierna te noemen dagvaarding II), met
de dagvaarding met parketnummer 09/010879-25 (hierna te noemen dagvaarding III) en met de dagvaarding met parketnummer 09/341113-25 (hierna te noemen dagvaarding IV).

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in dagvaarding I tot en met IV. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Opgave van bewijsmiddelen
De rechtbank zal voor de bewezenverklaarde feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan zoals opgenomen in bijlage II. De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak van deze feiten bepleit.
De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
3.2.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot partiële vrijspraak van de bij dagvaarding II onder feit 1 tenlastegelegde vernieling van een personenauto van het merk Toyota en tot bewezenverklaring van het bij dagvaarding I onder 1 tot en 5, 6 primair en 7 primair tenlastegelegde, het bij dagvaarding II onder feiten 1, 2 en 3 tenlastegelegde, het bij dagvaarding III en het bij dagvaarding IV tenlastegelegde.
3.3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak bepleit van het bij dagvaarding I onder
6 primair en 7 primair tenlastegelegde, en van het bij dagvaarding IV tenlastegelegde. Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 1 tot en met 5, 6 subsidiair en 7 subsidiair tenlastegelegde, het bij dagvaarding II onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde en het bij dagvaarding III tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.4.
Vrijspraken
Dagvaarding I, feit 6 primair en feit 7 primair en dagvaarding IV
De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte de bankbiljetten zelf heeft vervalst of bij ontvangst daarvan wist van de valsheid van die biljetten.
De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte op 23 en 25 november 2025 en op 14 december 2025 valse bankbiljetten van 50 euro heeft uitgegeven. De rechtbank is echter, met de raadsman en anders dan de officier van justitie, van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte op het moment waarop hij de bankbiljetten ontving met de valsheid of vervalsing daarvan bekend was. Voorwaardelijk opzet op de valsheid is voor een bewezenverklaring van artikel 209 van het Wetboek van Strafrecht niet voldoende. Dit maakt dat het bij dagvaarding I onder feit 6 primair en onder feit 7 primair en het bij dagvaarding IV tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank zal de verdachte daarvan dan ook vrijspreken.
Dagvaarding II, vernieling Toyota
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling van een personenauto van het merk Toyota met het kenteken [kenteken 1] . De rechtbank zal de verdachte daarvan dan ook vrijspreken.
3.5.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot de overige ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen, zoals hieronder weergegeven. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
Dagvaarding I (09-321059-25)
1
hij op 27 oktober 2025 te Leiden,
een hoeveelheid flessen drank, die geheel of ten dele aan
Gall & Gall toebehoorden heeft weggenomen
met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op 5 november 2025 te Leiden,
een hoeveelheid winkelgoederen, die geheel of ten dele
aan Slijterij Dirck III toebehoorden heeft weggenomen
met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen;
3
hij op 9 november 2025 te Noordwijk,
een hoeveelheid parfums, die geheel of ten dele aan ICI
Paris toebehoorden heeft weggenomen
met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen;
4
hij op 17 november 2025 te Noordwijk
een hoeveelheid parfums, die geheel of ten dele aan ICI
Paris toebehoorden heeft weggenomen
met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen;
5
hij op 18 november 2025 te Noordwijk,
een hoeveelheid parfums, die geheel of ten dele aan ICI
Paris toebehoorden heeft weggenomen
met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen;
6
hij op 23 november 2025 te Leiden,
opzettelijk
een vals of vervalst bankbiljet van 50 euro
heeft uitgegeven;
7
hij op 25 november 2025 te Leiden,
opzettelijk
een vals of vervalst bankbiljet van 50 euro
heeft uitgegeven;
Dagvaarding II (09-321031-25)
1
hij op 23 augustus 2025 te Leiden,
opzettelijk en wederrechtelijk
een auto van het merk Mazda met kenteken [kenteken 2]
die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan
Directlease toebehoorde
heeft beschadigd;
2
hij op 27 augustus 2025 te Leiden
opzettelijk
meer ambtenaren, te weten
[naam 1] , agent bij de Eenheid Den Haag en
[naam 2] , agent bij de Eenheid Den Haag en
[naam 3] , hoofdagent bij de Eenheid Den Haag,
gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening,
in hun tegenwoordigheid,
mondeling
heeft beledigd,
door hen meermaals althans eenmaal de woorden toe te voegen:
kankerlijer,
kankerpolitie,
kankerhoertje en
kankerkop;
3
hij op 27 augustus 2025 te Leiden
[naam 3] , hoofdagent bij de Eenheid Den Haag,
heeft bedreigd met zware mishandeling
door hem de woorden toe te voegen:
“ik zal je kankerkop kapot maken”,
“ik zal je kapot maken en ik zal je kankerkop eraf slaan" en
“ik steek je huis in de fik en ik maak je kapot",
terwijl dit feit werd gepleegd tegen die Wigman
in diens hoedanigheid van
ambtenaar van politie;
Dagvaarding III (09-010879-25)
hij op 11 januari 2025 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een
buitenlamp en diverse auto's (waaronder in elk geval een Peugeot 2008 met
kenteken [kenteken 3] , een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 4] en een Toyota
met kenteken [kenteken 5] ),
diegeheel of ten dele aan [naam 4]
, [naam 5] , [bedrijf] en tot op heden onbekend
gebleven aangever, in elk geval aan een ander toebehoorden heeft
beschadigd;
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling (die ook kan bestaan uit een kortdurende klinische opname) met aandacht voor agressieproblematiek en middelencontrole, beschermd wonen, budgetbeheer en het zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van de verdachte heeft de rechtbank verzocht een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij bijzondere voorwaarden, met uitzondering van budgetbeheer. De straf zou lager moeten uitvallen dan door de officier van justitie is geëist, gelet op de gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van het primair onder een aantal feiten vermelde verwijt.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten die allemaal zijn gepleegd in 2025. De verdachte heeft zich ten eerste schuldig gemaakt aan diefstal van meerdere goederen bij verschillende winkels. Winkeldiefstal is een hinderlijk feit, waarvan winkeliers schade en overlast ondervinden. De verdachte heeft zich hier kennelijk niet om bekommerd, maar enkel om zijn eigen financieel voordeel. Met het plegen van deze feiten heeft de verdachte bovendien blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van anderen.
Ook heeft de verdachte twee keer valse bankbiljetten uitgegeven. Met zijn handelen heeft de verdachte het vertrouwen in het betalingsverkeer aangetast. Ook heeft hij winkeliers gedupeerd, omdat zij goederen en wisselgeld hebben afgestaan terwijl zij in ruil daarvoor een waardeloos, want vals, bankbiljet terugkregen. Ook nu heeft de verdachte zich kennelijk van die belangen niets aangetrokken en zich enkel bekommerd om zijn eigen financieel voordeel.
De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere vernielingen. Deze feiten hebben veel schade en overlast veroorzaakt en de verdachte heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen. De verdachte was naar eigen zeggen onder invloed van drugs en hij was boos. Dit kan echter geen rechtvaardiging zijn om andermans eigendommen te vernielen.
Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van meerdere politieambtenaren en van bedreiging van één van hen. Het gedrag van de verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor de politie, die tot taak heeft de openbare orde te handhaven en de veiligheid op straat te handhaven. De betreffende politieambtenaren deden gewoon hun werk en zijn er, niet in de laatste plaats, om hulp te verlenen, ook aan de verdachte. Dat de verdachte naar eigen zeggen zwaar onder invloed en erg boos was, mag wederom geen rechtvaardiging zijn om politieambtenaren te beledigen en bedreigen.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 17 december 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor het plegen van soortgelijke feiten is veroordeeld. De verdachte heeft vooral veel openstaande zaken, namelijk de onderhavige feiten, op zijn strafblad staan.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van
16 december 2025, waaruit volgt dat bij de verdachte sprake is van problemen op meerdere leefgebieden. Zo heeft hij geen huisvesting, geen inkomen, geen dagbesteding en is sprake van middelengebruik. Verdachte lijkt geen steunend netwerk te hebben en lijkt zich zeer gefrustreerd te voelen over hoe zijn leven nu verloopt. De reclassering maakt zich zorgen om de instabiele leefsituatie van de verdachte. De reclassering adviseert dan ook, bij een veroordeling, tot het opleggen van een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, behandelverplichting met een mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname en middelencontrole.
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte wil zijn leven weer oppakken en wil erg graag werken. De verdachte ziet in dat hij hulp nodig heeft om van de drugs af te kicken, en om dit ook daadwerkelijk vol te houden, en om zijn leven weer op te bouwen in plaats van af te breken. Hij heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard zich te houden aan de voorwaarden die door de reclassering aan dergelijke hulp worden gesteld.
De op te leggen straf
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en bij hetgeen in vergelijkbare gevallen doorgaans wordt opgelegd. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, gelet op de (partiële) vrijspraken.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, vooral wat betreft de veelheid aan en ernst van de strafbare feiten, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. De rechtbank zal een deel van die straf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden de door de reclassering geadviseerde en door de officier van justitie gevorderde voorwaarden verbonden, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen.
De raadsman heeft verzocht het budgetbeheer niet als bijzondere voorwaarde op te leggen omdat een dergelijk traject al gaande is. De rechtbank acht het echter in het belang van de verdachte dat alle hulp bij de reclassering wordt ondergebracht. Wat betreft het budgetbeheer zal de rechtbank opnemen dat hieronder ook kan vallen de voortzetting van een bestaand traject.
Alles afwegend acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 3 jaren.
Voorwaardelijk verzoek
De raadsman heeft ter terechtzitting een voorwaardelijk verzoek gedaan om een nadere reclasseringsrapportage op te laten maken over de bijzondere voorwaarden. Nu de rechtbank op dit punt voldoende is geïnformeerd wordt dit verzoek afgewezen.

7.De vordering van de benadeelde partij ICI Paris XL Nederland B.V.

In het onderhavige strafproces heeft [naam 6] zich, namens ICI Paris XL Nederland B.V., als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend ter vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte bij dagvaarding I onder 3, 4 en 5 tenlastegelegde tot een bedrag van € 1.005,92, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich namens de verdachte op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding enkel voor toewijzing in aanmerking komt tot het bedrag van de inkoopprijs, dus exclusief BTW.
7.3
Het oordeel van de rechtbank
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bij dagvaarding I onder 3, 4 en 5 bewezenverklaarde feiten.
Het gevorderde bedrag betreft de verkoopprijs van de producten, dus inclusief BTW. Omdat de benadeelde partij ondernemer is en dus BTW kan terugvragen, is de BTW geen schade. De rechtbank gaat er voorts vanuit dat in de verkoopprijs een winstmarge is berekend ten opzichte van de inkoopprijs en gaat schattenderwijs uit van een winstmarge van 50%. Enkel de inkoopprijs kan worden aangeduid als rechtstreekse schade. Gelet hierop zal de rechtbank 50% van de betreffende schadeposten exclusief BTW toewijzen:
€ 1.005,92 verkoopprijs inclusief btw
€ 831,34 verkoopprijs exclusief btw = verkoopprijs inclusief btw / 1,21
€ 415,67 inkoopprijs geschat op 50% van voorgaande
De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering toewijzen tot een bedrag van
€ 415,67 bestaande uit materiële schade. De rechtbank zal de rentedatum vaststellen in het midden van de periode van de verschillende feiten, (17 november 2025).
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige afwijzen.
Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
De schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van ICI Paris XL Nederland B.V.
De verdachte zal voor de bewezenverklaarde strafbare feiten worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door deze feiten aan hem is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 415,67, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 november 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald.

8.De schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van K. [naam 7]

Uit het dossier blijkt dat [naam 7] op 12 januari 2025 aangifte heeft gedaan van vernieling van haar personenauto, een Toyota Aygo met kenteken [kenteken 5] , gepleegd op 11 januari 2025. De ruitenwissers van haar auto waren in zijn geheel afgebroken. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat [naam 7] rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding III bewezenverklaarde strafbare feit. De rechtbank heeft geconstateerd dat [naam 7] per abuis niet is geregistreerd als slachtoffer. Dit heeft tot gevolg dat zij niet de mogelijkheid heeft gehad zich te voegen in het strafproces en zo een schadevergoeding in te kunnen dienen, terwijl zij dit blijkens haar aangifte wel had gewild. Een mogelijke consequentie hiervan zou zijn de zaak van de verdachte aan te houden en [naam 7] de mogelijkheid te geven zich alsnog te voegen in het strafproces. Het belang van [naam 7] dient echter afgezet te worden tegen het belang van de verdachte en dat van de maatschappij dat de strafzaken doorgang vinden. De rechtbank is van oordeel dat dit laatste belang dient te prevaleren, zodat de nodige hulp voor de verdachte kan worden opgestart. De rechtbank zal daarom ambtshalve de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte opleggen. De rechtbank realiseert zich dat partijen zich hierover ter zitting niet hebben kunnen uitlaten. De rechtbank heeft in raadkamer echter zorgvuldig eigen onderzoek gedaan, zodat daarin compensatie voor de verdediging is gelegen.
De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover [naam 7] aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid en schat de schade naar billijkheid op een bedrag van € 250,-. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 250,-, ten behoeve van [naam 7] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2025.

9.Strafbeschikking inzake 09-010879-25

Op 1 mei 2025 is door het openbaar ministerie aan de verdachte een strafbeschikking met
CJIB-nummer [nummer] uitgereikt. Het betreft de vernielingen gepleegd op
11 januari 2025. Nu de verdachte voor dit feit is gedagvaard en bij dit vonnis daarvoor
wordt veroordeeld, zal de rechtbank deze strafbeschikking vernietigen.

10.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en bijkomende straffen zijn gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 213, 266, 267, 285, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht;
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

11. De beslissing

De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I onder feit 6 primair en onder feit 7 primair tenlastegelegde, de bij dagvaarding II onder feit 1 tenlastegelegde vernieling van een Toyota en het bij dagvaarding IV ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding I onder feiten 1 tot en met 5, 6 subsidiair en 7 subsidiair, de bij dagvaarding II en de bij dagvaarding III ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
dagvaarding I (09-321059-25)
ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5:
diefstal, meermalen gepleegd;
ten aanzien van de feiten 6 en 7:
opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven, meermalen gepleegd;
dagvaarding II (09-321031-25)
ten aanzien van feit 1:
opzettelijk en wederrechtelijke enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen;
ten aanzien van feit 2:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 3:
bedreiging met zware mishandeling, terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van ambtenaar van politie;
dagvaarding III (09-010879-25)
opzettelijk en wederrechtelijke enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen, meermalen gepleegd;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (NEGEN) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
4 (VIER) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
drie jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
meldplicht
- zich gedurende de proeftijd meldt bij GGZ Reclassering Fivoor, [adres 2] op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze de reclassering dat noodzakelijk acht;
ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)
- zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, onder behandeling stelt van Ambulant Centrum Fivoor, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, teneinde zich te laten behandelen voor agressieregulatieproblematiek en middelengebruik. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie of stabilisatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
beschermd wonen
- gedurende de proeftijd verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, nader te bepalen door de reclassering, en zich houdt aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;
middelencontrole
- gedurende de proeftijd meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen, waarbij de reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd;
budgetbeheer
- inzicht geeft in zijn financiën en desgewenst meewerkt aan een financieel begeleidingstraject ook als dit inhoudt bewindvoering of budgetbeheer. Voortzetting van een bestaand traject is daarbij mogelijk, een en ander ter beoordeling van en in overleg met de reclassering;
geeft opdracht aan GGZ Reclassering Fivoor tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.
vordering van de benadeelde partij ICI Paris XL Nederland B.V.
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toe tot een bedrag van € 415,67 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 november 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan ICI Paris XL Nederland B.V.;
bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 415,67, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 november 2025 tot aan de dag waarop dit is betaald, ten behoeve van ICI Paris XL Nederland B.V.;
bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;
bepaalt dat als de verdachte de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel te betalen aan de Staat en dat als de verdachte het toegewezen bedrag deels of geheel aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel aan de benadeelde partij te betalen.
oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [naam 7]
legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 250-, ten behoeve van [naam 7] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2025;
bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;
strafbeschikking
de rechtbank vernietigt de strafbeschikking d.d. 1 mei 2025, onder parketnummer 09-010879-25 en met CJIB-nummer [nummer] .
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Rootring, voorzitter,
mr. G. Kuijper, rechter,
mr. R.J. Wortelboer, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.A. Haas, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 januari 2026.
mr. R.J. Wortelboer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Dagvaarding I (09-321059-25)
1
hij op of omstreeks 27 oktober 2025 te Leiden,
een hoeveelheid flessen drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
Gall & Gall, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op of omstreeks 5 november 2025 te Leiden,
een hoeveelheid winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan Slijterij Dirck III, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3
hij op of omstreeks 9 november 2025 te Noordwijk,
een hoeveelheid parfums, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan ICI
Paris, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4
hij op of omstreeks 17 november 2025 te Noordwijk
een hoeveelheid parfums, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan ICI
Paris, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
5
hij op of omstreeks 18 november 2025 te Noordwijk,
een hoeveelheid parfums, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan ICI
Paris, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
6
hij op of omstreeks 23 november 2025 te Leiden,
althans in Nederland,
opzettelijk
een of meer bankbiljetten van 50 euro dat/die hij, verdachte, zelf heeft nagemaakt
en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing
hem, toen hij deze ontving bekend was
als echt en onvervalst heeft uitgegeven;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 november 2025 te Leiden,
opzettelijk
een of meer valse of vervalste bankbiljetten van 50 euro
heeft uitgegeven;
7
hij op of omstreeks 25 november 2025 te Leiden,
althans in Nederland,
opzettelijk
een of meer bankbiljetten van 50 euro dat/die hij, verdachte, zelf heeft nagemaakt
en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing
hem, toen hij deze ontving bekend was
als echt en onvervalst heeft uitgegeven;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 november 2025 te Leiden,
opzettelijk
een of meer valse of vervalste bankbiljetten van 50 euro
heeft uitgegeven;
Dagvaarding II (09-321031-25)
1
hij op of omstreeks 23 augustus 2025 te Leiden,
opzettelijk en wederrechtelijk
een auto van het merk Mazda met kenteken [kenteken 2] en/of
een auto van het merk Toyota met kenteken [kenteken 1] ,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan
Directlease en/of [naam 8] ,toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 27 augustus 2025 te Leiden
opzettelijk
een of meer ambtenaren, te weten
[naam 1] , agent bij de Eenheid Den Haag en/of
[naam 2] , agent bij de Eenheid Den Haag en/of
[naam 3] , hoofdagent bij de Eenheid Den Haag,
gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening,
in zijn/haar/hun tegenwoordigheid,
mondeling
heeft beledigd,
door hem/haar/hen meermaals althans eenmaal de woorden toe te voegen:
kankerlijer,
kankerpolitie,
kankerhoertje en/of
kankerkop,
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
3
hij op of omstreeks 27 augustus 2025 te Leiden
[naam 3] , hoofdagent bij de Eenheid Den Haag,
heeft bedreigd met
enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling
door hem de woorden toe te voegen:
“ik zal je kankerkop kapot maken”,
“ik zal je kapot maken en ik zal je kankerkop eraf slaan" en/of
“ik steek je huis in de fik en ik maak je kapot",
in elk geval woorden en/of gedragingen van gelijke bedreigende aard en/of
strekking,
terwijl dit feit werd gepleegd tegen die [naam 3]
in diens hoedanigheid van
ambtenaar van politie of buitengewoon opsporingsambtenaar;
Dagvaarding III (09-010879-25)
hij op of omstreeks 11 januari 2025 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een
buitenlamp en/of diverse auto's (waaronder in elk geval een Peugeot 2008 met
kenteken [kenteken 3] , een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 4] en/of een Toyota
met kenteken [kenteken 5] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [naam 4]
, [naam 5] , [bedrijf] en/of tot op heden onbekend
gebleven aangevers, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield,
beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
Dagvaarding IV (09-341113-25)
hij op of omstreeks 14 december 2025 te 's-Gravenhage
althans in Nederland,
opzettelijk
een of meer bankbiljetten van 50 euro die hij, verdachte, zelf heeft nagemaakt en/of
vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing
hem, toen hij deze ontving bekend was
als echt en onvervalst heeft uitgegeven.