Eiseres diende een tweede asielaanvraag in, stellende dat zij vanwege haar lesbische gerichtheid en medische aandoening (MRKH-syndroom) gevaar loopt in Tanzania. De minister wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij een reëel risico loopt.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de lesbische gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig heeft geacht. De medische aandoening was reeds in de eerste procedure beoordeeld en staat in rechte vast. Eiseres maakte geen onderscheidend nieuw asielmotief aannemelijk. De rechtbank vindt dat de minister voldoende rekening hield met het referentiekader en medische situatie van eiseres.
Diverse tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiseres over haar relaties en gevoelens, alsmede het ontbreken van overtuigend bewijs voor haar lesbische gerichtheid, leiden tot het oordeel dat het asielmotief niet geloofwaardig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.