ECLI:NL:RBDHA:2026:412

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
NL25.51709
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Deze uitspraak betreft het beroep van een eiser, ingediend op 22 oktober 2025, tegen de minister van Asiel en Migratie. De eiser had eerder op 20 maart 2024 een asielaanvraag ingediend, maar de minister had niet tijdig beslist. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het beroep zonder zitting behandeld. De rechtbank heeft ambtshalve beoordeeld of de eiser procesbelang had bij de beoordeling van het beroep. De rechtbank concludeert dat dit procesbelang ontbreekt, omdat de eiser eerder op 7 augustus 2025 al beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (zaaknummer NL25.36689). In die procedure heeft de rechtbank op 23 december 2025 uitspraak gedaan en het eerste beroep gegrond verklaard, waarbij de minister is opgedragen om binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend te maken. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep dat hetzelfde doel dient, heeft de eiser geen belang bij het onderhavige beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51709

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van 22 oktober 2025 dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 20 maart 2024.
1.1
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft
gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.
3. Eiser heeft op 7 augustus 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (NL25.36689). Lopende die procedure heeft eiser op 22 oktober 2025 onderhavig beroep ingesteld.
4. Deze rechtbank heeft op 23 december 2025 uitspraak gedaan en het eerste beroep en dat gegrond verklaard. Voor zover hier van belang, is de minister opgedragen om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van die uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
5. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, heeft eiser geen belang bij het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande is het onderhavige beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).