ECLI:NL:RBDHA:2026:4110
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoekers, een Nigeriaanse familie, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek.
Tegen dit besluit werd beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting en verwees naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (zaaknummer NL26.5069), waarin het beroep kennelijk ongegrond werd verklaard.
Gezien deze uitspraak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.