ECLI:NL:RBDHA:2026:4110

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
NL26.5070
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbDublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Frankrijk

Verzoekers, een Nigeriaanse familie, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek.

Tegen dit besluit werd beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting en verwees naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (zaaknummer NL26.5069), waarin het beroep kennelijk ongegrond werd verklaard.

Gezien deze uitspraak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.5070

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum 1] ,
V-nummer: [nummer 1]
mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] ,
V-nummer: [nummer 2]

[naam 3] ,

geboren op [geboortedatum 3] ,
V-nummer: [nummer 3]
allen van Nigeriaanse nationaliteit,
hierna: verzoekers,
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Bij besluit van 28 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
1.1.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. [1] Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.5069, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL26.5069.
2.Algemene wet bestuursrecht.