Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
22 oktober 2023.
Rechtbank Den Haag
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van een eiser die beroep had ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie. De eiser had op 28 september 2025 beroep aangetekend omdat de minister niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 22 oktober 2023. De rechtbank heeft vastgesteld dat partijen geen zitting nodig achtten en het beroep zonder zitting heeft behandeld.
De rechtbank heeft ambtshalve beoordeeld of de eiser procesbelang had bij de beoordeling van het beroep. Het oordeel was dat dit procesbelang ontbrak, aangezien de eiser eerder op 19 juli 2025 al beroep had ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (zaaknummer NL25.32877). De rechtbank had op 8 januari 2026 in die eerdere zaak geoordeeld dat de minister binnen acht weken na de uitspraak een besluit op de aanvraag moest nemen.
Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep dat hetzelfde doel dient, namelijk het opleggen van een beslistermijn aan de minister, concludeerde de rechtbank dat de eiser geen belang had bij het onderhavige beroep. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en de eiser is geïnformeerd over de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de Raad van State.