ECLI:NL:RBDHA:2026:4083

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/09/696167 / FA RK 25-9493
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening exclusief gebruik echtelijke woning in familierechtelijke procedure

De rechtbank Den Haag behandelde op 30 januari 2026 een verzoek tot voorlopige voorziening betreffende het exclusieve gebruik van de echtelijke woning door de vrouw of de man. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de woning toe te kennen aan haar, met het bevel aan de man om de woning te verlaten. De man verzocht zelfstandig om het exclusieve gebruik aan hem toe te kennen met eenzelfde bevel aan de vrouw.

De vrouw stelde dat zij slachtoffer was van ernstig seksueel geweld binnen het gezin en dat het behoud van de woning essentieel was voor haar herstel en de stabiliteit van haar minderjarige zoon. Zij kon geen zelfstandige woonruimte vinden vanwege haar recente verblijf in Nederland en gebrek aan netwerk. De man ontkende het geweld en stelde dat de vrouw het misbruikte om een verblijfstitel te verkrijgen. Hij was bereid tijdelijk de woning te verlaten, maar vond verlenging onterecht.

De rechtbank oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de vrouw zodanig instabiel was dat verblijf in de woning noodzakelijk was, mede gezien haar eigen positieve verklaring over haar situatie. Wel erkende de rechtbank het belang van de vrouw om in Nederland te verblijven vanwege het ontbreken van een netwerk. Na belangenafweging bepaalde de rechtbank dat de vrouw tot 1 september 2026 het exclusieve gebruik van de woning krijgt, waarna de man dit recht krijgt. Het verzoek van de vrouw tot exclusief gebruik inclusief inboedel werd afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: De vrouw krijgt tot 1 september 2026 het exclusieve gebruik van de woning, waarna de man dit recht krijgt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9493
Zaaknummer: C/09/696167
Datum beschikking: 30 januari 2026

Voorlopige voorziening

Beschikking op het op 15 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam in Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlage;
  • het bericht van 30 december 2025 van de man;
  • het bericht van 5 januari 2026 van de man;
  • het verweerschrift, met zelfstandig verzoek, met bijlagen, ingekomen op 13 januari 2026;
  • het bericht van 15 januari 2026 van de vrouw, met bijlagen.
Op 16 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vrouw voor de duur van het geding bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de woning, gelegen aan de [adres] in ( [postcode] ) [plaats 1] inclusief de daarin aanwezige inboedel, met bevel dat de man deze woning dient te verlaten en niet verder mag betreden.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig te bepalen dat de man voor de duur van het geding bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd is tot het gebruik van de woning aan de [adres] te [plaats 1] , met bevel aan de vrouw om de woning te verlaten en niet meer te betreden.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht in deze voorlopige voorzieningenprocedure. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Beide partijen hebben de rechtbank verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hen toe te kennen.
Volgens de vrouw was binnen het gezin sprake van ernstig seksueel geweld tegen de vrouw.
Zij heeft dan ook belang om in de woning te kunnen blijven om in alle rust te herstellen.
De vrouw heeft in dit verband verwezen naar het bericht van het Sociaal wijkteam van de [gemeente] van 14 januari 2026:
“Vanuit onze inschatting is het van groot belang dat mevrouw en haar kind de huidige woning kunnen behouden. Stabiliteit van de woonplek is een essentiële voorwaarde voor het voorzetten van het hulpverleningstraject, het werken aan herstel en zelfredzaamheid, het toeleiden naar passende (trauma) behandeling en het bieden van rust en veiligheid voor het minderjarige kind.”Het is voor de vrouw niet mogelijk om op korte termijn zelfstandige woonruimte voor haar en haar minderjarige zoon (uit een eerdere relatie) te vinden. Zij verblijft immers pas sinds 11 januari 2025 in Nederland - na het huwelijk in [land] op [datum] 2024 - en heeft hier geen netwerk. De man heeft wel mogelijkheden om tijdelijk elders te verblijven, namelijk bij zijn vader in [plaats 2] .
De man betwist uitdrukkelijk dat sprake is geweest van huiselijk/seksueel geweld van de man richting de vrouw (en haar zoon). De man stelt dat de vrouw hem misbruikt om, mede onder verwijzing naar huiselijk geweld, een verblijfstitel te verkrijgen. De man gaat ervan uit dat de vrouw uiteindelijk, na onderzoek door de IND, geen verblijfstitel zal verkrijgen en zij naar [land] terug zal keren. De man is bereid geweest om zijn woning tijdelijk te verlaten, maar vindt het niet gerechtvaardigd dat dit nog langer duurt.
De rechtbank acht het, in het kader van deze procedure, niet aannemelijk geworden dat de vrouw op dit moment zodanig instabiel danwel herstellende is, dat daarvoor het verblijf in de woning noodzakelijk is. Ter zitting heeft de vrouw aangegeven dat het goed met haar gaat, dat zij het naar haar zin heeft, Nederland een leuk land is, en dat ze aan het werk is. Zoals ter zitting besproken heeft de presentatie van de vrouw bij de rechtbank ernstige twijfels opgeroepen over haar stelling dat zij slachtoffer is geworden van stelselmatige mishandeling en dagelijkse en gewelddadige verkrachting. De rechtbank acht het mitsdien niet uitgesloten dat een nader onderzoek aan de zijde van de IND, zoals door de man gesteld, niet zal leiden tot een duurzame verblijfstitel.
De rechtbank acht het evenwel ook duidelijk, zoals eveneens ter zitting besproken, dat de vrouw in Nederland geen netwerk heeft en zij dus in ieder geval hangende voornoemd onderzoek groot belang heeft bij het verblijf in de woning.
De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot een belangenafweging waarbij op de korte termijn, althans tot 1 september 2026, het belang van de vrouw zwaarder weegt dan dat van de man. De vrouw heeft dan de tijd om woonruimte te zoeken in Nederland, danwel, als de uitkomsten van het onderzoek door de IND daartoe aanleiding geven, in [land] .
De rechtbank betrekt hierbij dat wanneer de vrouw geen verblijfsvergunning krijgt en de man niet in de woning verblijft, voor hem een zelfstandige woonplek verloren kan gaan.
Het verzoek van de vrouw om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen.
De rechtbank zal gezien het voorgaande het verzoek van de man in zoverre toewijzen dat hij vanaf 1 september 2026 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning, en de vrouw de woning moet verlaten en niet mag betreden. Het meer of anders verzochte zal de rechtbank afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw tot 1 september 2026 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning in ( [postcode] ) [plaats 1] aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning moet verlaten en verder niet mag betreden;
bepaalt dat man vanaf 1 september 2026 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning in ( [postcode] ) [plaats 1] aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning moet verlaten en verder niet mag betreden;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 januari 2026.