Uitspraak
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 28 november 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 6 januari 2026 van de moeder, met bijlagen;
- het bericht van 7 januari 2026 van de moeder, met bijlagen;
- het verweerschrift, met zelfstandig verzoek, met bijlagen, ingekomen op 12 januari 2026;
- het bericht van 14 januari 2026 van de moeder, met bijlage.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- De moeder en de vader zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] .
- De ouders hebben volgens een uittreksel uit het gezagsregister gezamenlijk het gezag over [minderjarige] .
- [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Verzoek en verweer
- de tussen ouders bestaande zorgverdeling overgelegd als productie 4 (zowel de reguliere, als die tijdens vakanties en [minderjarige] zijn verjaardag) wordt beëindigd;
- er tussen [minderjarige] en de vader voorlopig uitsluitend begeleid contact zal plaatsvinden, waarbij de regie over wat qua omstandigheden, duur en frequentie in het belang van [minderjarige] is, bij zijn behandelaar van [instantie 1] ligt;
- een beslissing over een passende toekomstige zorgregeling aan te houden en te bepalen dat de Raad onderzoek dient te verrichten, en daarover aan de rechtbank en partijen binnen 6 maanden na de beschikking in dezen moet rapporteren en een advies moet uit brengen t.a.v. de volgende vragen:
- verzet het belang van [minderjarige] zich tegen onbegeleid contact met de vader, en zo nee, welke regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is in het belang van [minderjarige] ?
- is verdere hulpverlening voor [minderjarige] en/of zijn ouders noodzakelijk, en zo ja welke?
Beoordeling
- hoe moet de (onbegeleide) zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] er qua aard, duur en frequentie uit zien?
- is voor [minderjarige] en/of de ouders (nadere) hulpverlening noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening?
Beslissing
voorlopigéén keer in de week videobellen, onder begeleiding van [instantie 2] ;
- Enver, Omgangsbegeleiding, J. van Lennepkade 6, 2802 LH Gouda;
- en de Raad;
over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de dwangsom en de proceskostenaan
tot 1 september 2026 pro forma.