ECLI:NL:RBDHA:2026:4062

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
1 maart 2026
Zaaknummer
C/09/695847 / JE RK 25-2104
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De rechtbank Den Haag heeft op 29 januari 2026 een beschikking gegeven waarin de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige worden verlengd tot 5 februari 2027. De minderjarige verblijft bij zijn grootouders en heeft angsten en een grote behoefte aan duidelijkheid over zijn toekomstperspectief. De moeder en de grootouders steunen het verzoek tot verlenging.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek gemotiveerd met het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer en de noodzaak van vervolgtherapie voor de angsten van de minderjarige. Er wordt een coach geregeld en een veiligheidsplan opgesteld voor omgang met de vader. De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk om de ontwikkeling van de minderjarige te beschermen en de hulpverlening te continueren.

De omgang tussen de moeder en de minderjarige is verbeterd, mede door een nieuwe omgangsbegeleidster, maar de ontwikkeling wordt nog steeds ernstig bedreigd. De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 5 februari 2027.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/695847 / JE RK 25-2104
Datum uitspraak: 29 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Gouda,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J. Looman uit Wassenaar,
[de oma],
zijnde de oma moederszijde, tevens pleegmoeder,
hierna te noemen: de oma,
wonende in [woonplaats] ,
[de opa],
zijnde de opa moederszijde, tevens pleegvader,
hierna te noemen: de opa,
wonende te [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling;
- de oma.
De opa is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de opa wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
Het huwelijk van de moeder en de vader van [de minderjarige] ( [de vader] ) is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
Bij beschikking van 20 december 2019 heeft de rechtbank de beslissing van de
Egyptische rechtbank van 26 november 2017, waarbij is vastgesteld dat de moeder is belast
met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [de minderjarige] , erkend.
2.3.
[de minderjarige] verblijft bij zijn grootouders.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 februari 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 februari 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk om onderzoek te kunnen doen naar het perspectief van [de minderjarige] . Helaas is er momenteel geen vaste jeugdbeschermer betrokken. Wel heeft de jeugdbeschermer, die sinds kort als aanspreekpunt fungeert, met de psycholoog van [de minderjarige] gesproken over het advies voor vervolgtherapie voor zijn angsten. Hier zal een kernbesluit over worden genomen door de gecertificeerde instelling. De jeugdbeschermer zal verder contact opnemen met NextStep om een coach te regelen die er voor [de minderjarige] kan zijn. Daarnaast moet er een veiligheidsplan worden gemaakt voor de omgang tussen [de minderjarige] en de vader.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder is blij met de nieuwe omgangsbegeleidster en het contact met [de minderjarige] is verbeterd. Hij laat zich beter begrenzen. Het is vervelend dat er nu geen vaste jeugdbeschermer is, omdat de moeder nu niet kan bespreken of een uitbreiding van de omgang mogelijk is en er geen duidelijkheid komt voor [de minderjarige] over zijn perspectief. Deze duidelijkheid is noodzakelijk om het contact tussen [de minderjarige] en de moeder te verbeteren. Het is belangrijk dat er op korte termijn een vaste en actieve jeugdbeschermer komt.
4.2.
De oma staat achter het verzoek. [de minderjarige] vindt de omgang met de moeder gezellig. Het is erg belangrijk voor [de minderjarige] om zijn toekomstperspectief te weten. Hij voelt zich niet gehoord, omdat hij had verwacht dat dit al bepaald zou zijn. De oma vindt het vervelend dat er geen vaste jeugdbeschermer is, omdat [de minderjarige] een klik had met de jeugdbeschermer en er weer een volwassene is die hem in de steek laat. Het is belangrijk dat er iemand, zoals een coach, komt aan wie [de minderjarige] zijn verhaal kwijt kan. Daarnaast heeft [de minderjarige] nog veel last van angsten en is er een jeugdbeschermer noodzakelijk om een vervolgplan te maken en goed te keuren. De oma heeft inmiddels via de huisarts geregeld dat [de minderjarige] is aangemeld bij de Pipo-poli. Daarnaast is het belangrijk dat de jeugdbeschermer betrokken is bij de omgang tussen [de minderjarige] en de vader en dat er een veiligheidsplan wordt gemaakt voor een bezoek van [de minderjarige] aan de vader in Duitsland. Ook wil en kan de oma geen beslissingen maken over de omgang met de moeder.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Het is positief dat de omgang tussen de moeder en [de minderjarige] verbeterd is. Sinds dat er een nieuwe omgangsbegeleidster is, waar [de minderjarige] een goede klik mee heeft, accepteert [de minderjarige] de moeders grenzen meer en verloopt de omgang rustiger. De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd. [de minderjarige] heeft angsten en is nog niet zindelijk. [de minderjarige] heeft een grote behoefte aan duidelijkheid over waar hij opgroeit. Hoewel de moeder [de minderjarige] emotionele toestemming heeft gegeven om bij zijn grootouders op te groeien, moet hier ook officieel duidelijkheid over komen zodat [de minderjarige] de ruimte voelt voor een positieve band met zijn moeder. [de minderjarige] heeft verschillende angsten, waarvoor het van belang is dat vervolgbehandeling wordt ingezet. Het is noodzakelijk dat er zo spoedig mogelijk een vaste jeugdbeschermer komt om de noodzakelijke hulpverlening voor [de minderjarige] te regelen en het toekomstperspectief van [de minderjarige] te bepalen. In de tussentijd is het belangrijk dat de jeugdbeschermer die als aanspreekpunt fungeert, regelt dat er een coach van NextStep komt zodat [de minderjarige] een volwassene heeft om zijn verhaal bij kwijt te kunnen. Ook moet ervoor worden gezorgd dat [de minderjarige] vervolgtherapie kan ontvangen die gericht is op zijn verlatingsangst en het zelfstandig slapen. Daarnaast is het van belang dat er vanuit de gecertificeerde instelling regie wordt gevoerd over de omgang tussen de moeder en [de minderjarige] en er een veiligheidsplan wordt gemaakt voor de omgang tussen de vader en [de minderjarige] in de vakantie. Ten slotte is het in het belang van [de minderjarige] dat er sprake is van een structurele omgang met de vader.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] [de minderjarige] woont al geruime tijd bij zijn grootouders aan wie hij gehecht is. Het is van belang dat hij hier het komende jaar, in afwachting van een definitief opvoedbesluit, kan blijven wonen.
5.5.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 5 februari 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 5 februari 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 10 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.