ECLI:NL:RBDHA:2026:4048

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
1 maart 2026
Zaaknummer
C/09/697802 / JE RK 26-73
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige met autisme en verstandelijke beperking voor een jaar

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2009, vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De minderjarige heeft autisme en een verstandelijke beperking, waardoor zij veel structuur, sturing en begrenzing nodig heeft. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, heeft een visuele beperking en onvoldoende opvoedvaardigheden om aan de behoeften van de minderjarige te voldoen.

Tijdens de zitting op 29 januari 2026, die met gesloten deuren plaatsvond, werd de minderjarige gehoord en konden aanwezigen reageren op haar verhaal. De moeder stond achter het verzoek en erkende de noodzaak van hulpverlening, ondanks eerdere teleurstellingen in de hulpverlening. De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling waren vervuld, gezien de ernstige bedreiging van de ontwikkeling, de kwetsbaarheid van de minderjarige en de beperkte draagkracht van de moeder.

De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering voor de duur van een jaar, met ingang van 29 januari 2026 tot 29 januari 2027. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De kinderrechter benadrukte het belang van een vaste jeugdbeschermer die een vertrouwensband opbouwt en de noodzakelijke hulpverlening regelt, waaronder ondersteuning bij zelfstandigheid, emotieregulatie en een gezond eetpatroon.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging en onvoldoende draagkracht van de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/697802 / JE RK 26-73
Datum uitspraak: 29 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats].
De kinderrechter merkt als informant aan:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder en haar begeleider van WMO Maatwerk, [naam 1];
- [naam 2] namens de Raad;
- [naam 3] en [naam 4] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door [naam 5].
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
[minderjarige] woont bij haar moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. De ontwikkelingsbedreiging is onder meer gelegen in dat zij onvoldoende zelfredzaam is, zelfbepalend gedrag vertoont en graag voor haar moeder wil zorgen. [minderjarige] heeft door haar autisme en verstandelijke beperking een grote mate van sturing, structuur en begrenzing nodig. De opvoedvaardigheden en de draagkracht van de moeder sluiten onvoldoende aan bij de behoeften van [minderjarige]. De Raad ziet een moeder die haar best doet, maar die het ook moeilijk heeft met de huidige situatie en graag de juiste hulp wil. Opvoedondersteuning is noodzakelijk om de moeder handvatten te geven over hoe zij aan kan sluiten bij [minderjarige]. Eerdere hulp heeft geen doorgang gevonden en sloot onvoldoende aan bij de mogelijkheden van het gezin. Betrokkenheid van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om [minderjarige] richting volwassenheid te helpen en een vaste begeleider te regelen die [minderjarige] helpt bij haar zelfstandigheid, gezondheid en emotieregulatie. Op termijn moet er ook worden gekeken naar een plek waar [minderjarige] voor langere tijd kan wonen, zoals begeleid wonen. De jeugdbeschermer heeft tijd nodig om een vertrouwensband met [minderjarige] op te bouwen. Een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar is noodzakelijk om de situatie blijvend te verbeteren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder staat achter het verzoek. De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] meer gestimuleerd wordt om zelfstandig te zijn en te bewegen, en dat er leuke dingen met haar gedaan worden. Dit kan de moeder haar lastig bieden vanwege haar visuele beperking. De moeder probeert [minderjarige] gezond te voeden en haar te begrenzen in haar eetgedrag. De moeder heeft eerder om hulp gevraagd, maar daarbij van [instantie] te horen gekregen dat zij niet geholpen kon worden. Daardoor is haar vertrouwen in de hulpverlening erg beschadigd. De moeder wil zich wel openstellen voor hulpverlening.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [minderjarige] is kwetsbaar en heeft vanwege haar autisme en verstandelijke beperking veel structuur en begrenzing nodig. Momenteel vertoont zij zelfbepalend gedrag en wordt zij boos als zij zich onbegrepen voelt. Daarnaast zijn er grote zorgen over haar gezondheid en haar zelfstandigheid. De moeder is voldoende bereid om de ernstige ontwikkelingsbedreigingen van [minderjarige] weg te nemen, maar is door haar eigen gezondheid en afnemende gezichtsvermogen hier niet toe in staat. De moeder zou graag hulp willen, maar het is eerder niet gelukt om de juiste hulpverlening in te zetten. De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk, zodat een jeugdbeschermer een vertrouwensband met de gezinsleden aan kan gaan en de noodzakelijke hulpverlening kan regelen. Op de zitting is besproken dat het belangrijk is dat er één coach komt die [minderjarige] kan helpen met haar zelfstandigheid, emotieregulatie, een gezond eetpatroon en voldoende beweging. Verder kan de jeugdbeschermer opvoedondersteuning voor de moeder regelen en kijken naar praktische hulp om de moeder te ontlasten.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 29 januari 2026 tot 29 januari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.