ECLI:NL:RBDHA:2026:3967
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met nevenvoorzieningen en verdeling schulden onder bewind
De rechtbank Den Haag heeft op 5 januari 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een vrouw en een man zonder bekende verblijfplaats. De vrouw verzocht de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk, dat in 1997 in het buitenland was gesloten. De rechtbank stelde vast dat zij rechtsmacht had omdat de vrouw en de minderjarige dochter hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden.
De rechtbank paste Nederlands recht toe op het verzoek tot echtscheiding en bepaalde dat het ouderschapsplan integraal deel uitmaakt van de beschikking. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige dochter werd toegewezen aan de vrouw. Tevens werd het huurrecht van de woning aan de vrouw toegekend, aangezien de woning in Nederland is gelegen.
Met betrekking tot de verdeling van het huwelijksvermogen stelde de rechtbank vast dat het Hongaarse recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime, omdat partijen hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk in Hongarije hadden. De huwelijksgemeenschap omvatte geen bezittingen maar wel schulden. De rechtbank bepaalde dat partijen elk de helft van de schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan voor hun rekening nemen.
De kosten van de procedure worden door elke partij zelf gedragen. De beschikking is, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt het ouderschapsplan vast, kent de hoofdverblijfplaats en het huurrecht toe aan de vrouw en bepaalt gelijke verdeling van schulden onder het toepasselijke Hongaarse recht.