ECLI:NL:RBDHA:2026:3964

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
NL25.32709
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek LHBTI uit Trinidad en Tobago wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico

Eiser, een homoseksuele man uit Trinidad en Tobago, diende een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij in 2017 al eens was afgewezen en teruggekeerd naar zijn land. Hij stelt dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid vervolging en discriminatie ondervindt en dat de autoriteiten hem onvoldoende bescherming bieden.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de verklaringen van eiser over een aanval op zijn appartement onduidelijk en tegenstrijdig waren, en het verband met zijn seksuele gerichtheid niet aannemelijk was. Ook werd geoordeeld dat de discriminatie die eiser ondervindt niet zo ernstig is dat hij maatschappelijk niet kan functioneren.

De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vluchtelingrechtelijke vervolging of ernstige schade bij terugkeer. De recente rechterlijke uitspraak in Trinidad en Tobago die anale seks strafbaar houdt, leidt niet tot een veranderde situatie die een vluchtelingenstatus rechtvaardigt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar en discriminatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.32709

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist)

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M. Sánchez-Rhèmrev).

Procesverloop

Bij besluiten van 16 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Eiser is geboren op [datum] 1978 en heeft de nationaliteit van Trinidad en Tobago. Hij is eerder in 2017 naar Nederland gekomen. Zijn asielaanvraag is toen afgewezen, waarna eiser is teruggekeerd naar zijn land van herkomst. In november 2022 is eiser opnieuw vertrokken uit Trinidad en Tobago. Hij heeft op 12 november 2022 wederom in Nederland een asielaanvraag ingediend. Eiser zegt uit zijn land van herkomst te zijn gevlucht vanwege problemen die hij als homoseksueel heeft ondervonden en waartegen de autoriteiten van Trinidad en Tobago geen bescherming bieden.
In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat eisers verklaringen over de ondervonden problemen maar deels geloofwaardig zijn. De verklaringen over de aanval op het appartement van eiser en zijn partner zijn niet geloofwaardig. Voor zover verweerder aanneemt dat eiser discriminatoir is behandeld vanwege zijn seksuele gerichtheid en bij terugkeer wederom zal hebben te vrezen voor discriminatie, heeft verweerder overwogen dat dit eiser niet zo ernstig zal beperken in zijn bestaansmogelijkheden dat het voor hem onmogelijk zal zijn om maatschappelijk en sociaal te functioneren. De discriminatie is daarom niet zwaarwegend genoeg om te spreken van vluchtelingschap. Evenmin loopt eiser het reële risico om bij terugkeer te worden blootgesteld aan ernstige schade. De afwijzing van eisers asielaanvraag is niet tevens een terugkeer besluit. Eiser heeft om medische redenen uitstel van vertrek gekregen.
Eiser voert in beroep aan dat de tegenwerpingen in het bestreden besluit geen afbreuk behoren te doen aan de geloofwaardigheid van de aanval op het appartement. Verder is er volgens eiser onvoldoende betekenis toegekend aan de foto's waarop het bij hem toegebrachte letsel is te zien. Bovendien, zo stelt eiser, is ten onrechte niet getoetst of hij, gegeven de veranderende wetgeving en maatschappelijke mores te verzen heeft voor vervolging in de zin van het Verdrag. Er wordt immers aangenomen dat eiser homoseksueel is. Vaststaat dat in Trinidad en Tobago geslachtsgemeenschap tussen personen van hetzelfde geslacht strafbaar is gesteld en rechters lijken daar nu in mee te gaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. In het bestreden besluit is gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser en zijn partner over de aanval op hun appartement niet wordt geloofd: eiser heeft hierover onduidelijke en vage verklaringen afgelegd en uit zijn verklaringen wordt niet aannemelijk dat er een verband was tussen de aanval en eisers seksuele gerichtheid. Verweerder wijst er daarbij op dat eiser hierover ook heeft verklaard:
"Misschien verveelden ze zich. Ik werd aangevallen."Dat het volgens eiser duidelijk zou moeten zijn dat hij is aangevallen omdat hij homoseksueel is gaat er aan voorbij dat dit met bedoelde verklaring juist niet op voorhand duidelijk wordt. Verweerder heeft terecht overwogen dat van eiser mag worden verwacht dat hij duidelijke en gedetailleerde verklaringen aflegt.
5. Daarbij heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiser en zijn partner tegenstrijdig aan elkaar hebben verklaard over de staat van het appartement na de aanval. Dat dit het gevolg is van het feit dat de partner van eiser niet aanwezig is geweest bij de aanval en de partner in zijn verklaringen heeft geïnterpreteerd en aangevuld wat hij van eiser heeft gehoord, maakt niet dat de tegenwerping ten onrechte is. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de tegenstrijdigheden betrekking hebben op ondergeschikte punten. Verweerder heeft de verklaringen van eiser over de aanval op het appartement dan ook niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Gelet op die verklaringen heeft verweerder aan de foto's van toegebracht letsel geen overtuigende betekenis hoeven toekennen, aangezien het gestelde verband met het relaas niet aannemelijk is.
6. Verweerder heeft in het bestreden besluit gemotiveerd overwogen dat niet is gebleken dat de door eiser ondervonden discriminatie een dusdanig ernstige beperking van zijn bestaansmogelijkheden oplevert dat het voor hem onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. Ook heeft verweerder terecht overwogen dat eiser met de aangeleverde artikelen over het strafbaar stellen van anale seks niet heeft onderbouwd waarom die wetgeving eisers veiligheid ernstig aantast, zoals eiser in zijn zienswijze stelt. Ook in beroep heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat het bestaan van bedoelde wetgeving ertoe leidt dat hij bij terugkeer in Trinidad en Tobago zal hebben te vrezen voor vluchtelingrechtelijke vervolging. Uit de door hem overgelegde artikelen volgt dat, in afwijking van eerdere rechtspraak in Trinidad en Tobago, uit 2018, in een rechterlijke uitspraak uit 2025 anale seks onverminderd strafbaar is geacht op basis van bestaande wetgeving. Dezelfde wetgeving heeft er eerder (vóór 2018) niet toe geleid dat homoseksuelen in Trinidad en Tobago werden vervolgd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er nu serieus rekening mee moet worden gehouden dat recente uitleg van de wetgeving wel zodanige gevolgen zal hebben. De feitelijke betekenis van de uitspraak uit 2025 is niet geconcretiseerd en verweerder heeft ter zitting nog toegelicht dat tegen deze uitspraak hoger beroep is ingesteld. De enkele stelling dat bedoelde uitspraak getuigt van een veranderd maatschappelijk klimaat jegens lhbti in Trinidad en Tobago is onvoldoende om de gestelde vrees aannemelijk te achten.
7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 26 februari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.