ECLI:NL:RBDHA:2026:3962
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing asielaanvragen op grond van Dublin-verordening Frankrijk ongegrond verklaard
Opposanten hebben verzet ingesteld tegen de uitspraak van 24 september 2025 waarin hun beroepen tegen de niet-inhoudelijke behandeling van hun asielaanvragen wegens overdracht aan Frankrijk ongegrond werden verklaard. De rechtbank had toen zonder zitting uitspraak gedaan omdat de uitkomst buiten redelijke twijfel stond.
In het verzet voeren opposanten aan dat het AIDA-rapport 2024 en e-mails van een recent overgedragen echtpaar aantonen dat Frankrijk tekortschiet in opvang en rechtsbescherming, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Tevens wordt kritiek geuit op de procedurele afhandeling zonder zitting en een onjuiste rechtsmiddelenclausule.
De rechtbank oordeelt dat deze argumenten niet nieuw zijn en reeds in de eerdere beoordeling zijn betrokken. De bevoegdheid om zonder zitting te beslissen was terecht toegepast. De onjuiste rechtsmiddelenclausule doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de uitspraak, aangezien het verzet correct is aangemerkt en beoordeeld.
Daarom blijft de uitspraak van 24 september 2025 in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van de asielaanvragen wegens overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.