Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen een terugkeerbesluit van 23 december 2025, dat tevens een inreisverbod van twee jaar bevatte. De beroepstermijn bedroeg één week, waardoor het beroep uiterlijk op 30 december 2025 ingediend had moeten zijn. Eiser diende het beroep echter pas op 13 februari 2026 in, wat te laat is.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit niet rechtsgeldig aan hem was bekendgemaakt, omdat hij niet op de hoogte was van het besluit en er geen bewijs was van uitreiking. De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt door terinzagelegging op een daartoe bestemde plek bij het Asielzoekerscentrum in een plaats, conform artikel 3:41, tweede lid, van de Awb en het beleid uit de Vreemdelingencirculaire.
Daarnaast werd het inreisverbod gepubliceerd in de Staatscourant, wat als onderdeel van het terugkeerbesluit geldt. De rechtbank concludeerde dat eiser door zijn eigen handelen, namelijk het niet beschikbaar houden en vertrek tijdens de procedure, het risico heeft aanvaard dat het besluit hem niet persoonlijk zou bereiken.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en rechtsgeldige bekendmaking van het besluit.